maandag 26 mei 2014

Mijn eigen puntdicht (epigram)

Brandweer van verlangen

Zijn hart stond in vuur en vlam,
totdat de brandweer het bluste,
maar hij brandt weer van verlangen
toen zij hem kuste

Gedicht over vrijheid

Ik zou graag dichten over vrijheid,
maar tot mijn groot verdriet
vind ik de juiste woorden niet.

05/05/2014

donderdag 13 maart 2014

Nederlands Indië; Geschiedenis Project

Korte inhoud van het boek:

Het boek beschrijft de ervaringen van Jeroen Brouwers in het vrouweninterneringskamp Tjideng, na de invasie van de Japanners in Nederlands Indië.  Daarnaast worden de gevolgen van deze ervaringen belicht. Jeroen brouwers schreef dit verhaal nadat zijn moeder overleed in 1981, voornamelijk om zijn kampjaren te verwerken.
Jeroen brouwers was slechts 5 toen hij met zijn moeder, oma en zusje in het Japanse interneringskamp terecht kwam, en heeft hier drie jaar doorgebracht. De omstandigheden in het kamp waren slecht en de vrouwen werden onmenselijk behandeld door de Japanners, beschrijft brouwers in zijn boek. Als iemand een regel overtrad of ongehoorzaam was werd deze gestraft met vreselijke lijfstraffen. Ook was er sprake van ondervoeding in het kamp, wat de reden was dat Brouwers oma het kamp niet overleefde. Deze martelingen en vreselijke omstandigheden worden zeer gedetailleerd beschreven door Brouwers kinderogen. De gebeurtenissen van Bezonken rood spelen zich afwisselend af in het heden en in het verleden. De liefde voor zijn moeder is door een aantal gebeurtenissen in het kamp veranderd in een even grote haat, die zich soms lijkt uit te breiden tot alle vrouwen. Nadat hij een telfoontje krijgt dat zijn moeder is overleden komt hij tot het besef dat zijn moeder al een lange tijd eerder was gestorven, in zijn gedachtes.

Voor een uitgebreidere samenvatting zie onderstaande link: http://www.scholieren.com/boekverslag/41095


Relatie tussen de schrijver en Nederlands Indië:

Jeroen Brouwers werd op 30 april 1940 wordt geboren in Batavia, de hoofdstad van wat toen de Nederlandse kolonie Oost-Indië was.  Als de Japanners Nederlands Indië binnenvallen wordt Brouwers samen met zijn oma, moeder en zusje van 1943 tot 1945 opgesloten in het vrouweninterneringskamp Tjideng. Jeroen Brouwers zelf was toen vijf jaar oud. Zijn vader verblijft in de oorlogstijd als krijgsgevangene in Japan. Jeroens twee oudere broers blijken, achteraf, op Java in mannenkampen opgesloten te hebben gezeten.  Na de oorlog is de familie terug gegaan naar Nederland en werd Brouwers door zijn moeder in een internaat in Zeist gestopt. Hij zelf noemde dit een 'plaatsvervangend jappenkamp'. De middelbare school heeft hij nooit afgemaakt en van 1959 tot 1961 ging Brouwers in militaire dienst bij de Marine Inlichtingsdienst en begint zijn literaire leven.  

Jeroen Brouwers heeft de gebeurtenissen en ervaringen van hem in dit kamp verwerkt in de autobiografische roman ‘’Bezonken Rood’’. Zijn jeugd in Indonesië speelt ook een rol in zijn romans “Het verzonkene” en “De zondvloed”. Deze drie romans zijn later in één band uitgebracht. Ik citeer: "Ik had twee dingen voor ogen die tussen mijn vijfentwintigste en mijn dertigste duidelijk werden: ik wilde een roman van duizend bladzijden schrijven over mijn kindertijd en jeugd in Indië. Dat zijn mijn drie Indië-romans geworden: 'Het verzonkene', 'Bezonken rood' en 'De zondvloed'. Dat doel heb ik dus bereikt. (...)"

Na het verschijnen van “Bezonken Rood”  is er veel kritiek geweest op de manier waarop Brouwers zijn kampjaren beschrijft. Het boek zou niet de objectieve werkelijkheid beschrijven en een opeenstapeling zijn van leugens en overdrijvingen.  Vooral Rudy Kousbroek begon een felle discussie. Hij beweerd dat Brouwers leid aan het  'Oostindisch kampsyndroom' . Wat de 'weigering zich op de hoogte te stellen van historische werkelijkheid' betekend. Beide schrijvers hebben een Indische achtergrond en hebben als kind in een Jappenkamp gezeten. Die ervaring hebben ze nog al op een verschillende manier verwerkt. Kousbroek relativeert de ervaringen van de Nederlanders, terwijl Brouwers juist meer de nadruk legt op de wreedheden van de Japanners.


Historische achtergrond die wij onderzoeken: Indische interneringskampen

Nazi-Duitsland had een bondgenootschap met Japan. De Japanners waren uit op grondstoffen uit Nederlands-Indië, vooral de Indische olie kon van groot belang zijn voor de Japanse oorlogvoering. Op 7 december 1941 begon de oorlog in de Pacific met een Japanse verrassingsaanval op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaï). Onmiddellijk na ontvangst van het nieuws van de Japanse aanval verklaarde de Nederlandse regering in Londen Japan de oorlog. Het Nederlandse gouvernement kondigde direct een algehele mobilisatie af.

Op 11 januari 1942 landden de eerste Japanse soldaten op Indisch grondgebied. Celebes en Borneo werden al snel bezet; Ambon, Zuid-Sumatra, Bali en Timor volgden spoedig. Tijdens deze operaties was het KNIL (Kon.Ned.Ind.Leger) getalsmatig niet altijd de mindere van de Japanners, maar bleek het qua gevechtkracht zeer te kort te schieten. In de nacht van 28 februari op 1 maart zetten Japanse troepen de aanval op Java in. De kusten van het hoofdeiland van de Indische archipel waren vanwege hun lengte zeer moeilijk te verdedigen. Op 9 maart 1942 capituleerde het KNIL op Java. Meer dan 42.000 Europese KNIL-militairen en Marinemensen werden krijgsgevangen gemaakt, samen met circa 25.000 inheemse KNIL-militairen.

Na de relatief eenvoudige verovering van de Indonesische archipel werd Nederlands-Indië door de Japanners in drie bestuurlijke gebieden ingedeeld. Sumatra viel onder het bestuur van het 25ste leger. Java viel onder het bestuur van het 16de leger. Borneo en Oost-Indonesië (Celebes, de Molukken, de Kleine Soenda-eilanden en Nieuw-Guinea) kwamen onder het bestuur van de Japanse Marine. Elk van de drie gebieden werd onderverdeeld in een aantal provincies met een Japanse gouverneur aan het hoofd. Nederlanders en Indische Nederlanders werden uit overheidsdienst verwijderd. Japanse burgerambtenaren namen de vrijgekomen hoge bestuursposten in.

De Japanse bezettingspolitiek was erop gericht Nederlands-Indië in de zogenaamde “Groot-Aziatische Welvaartssfeer” te integreren. De Japanse leiding probeerde deze tot stand te laten komen door de uitbanning van alle westerse invloeden in de Indonesische samenleving. Dat betekende niet alleen de invoering van de Japanse tijd en jaartelling en een verbod op Europese media, maar ook de internering van Nederlandse en geallieerde burgers – mannen, vrouwen en kinderen – in kampen.

Mijn opa is in 1925 geboren in Nederlands-Indië. Hij woonde voor de oorlog met zijn vader, moeder, vier zusters en een broer bij een groot ziekenhuis in een ruim huis met een groot erf op Sumatra’s Oostkust midden tussen grote plantages op de onderneming Laras (zie op kaart bij bijlage). Mijn opa beschrijft dit als een hele mooie tijd. In 1934 zijn zij voor een jaar naar Nederland gegaan.  Na terugkomst verhuisde het gezin (moeder en kinderen) naar de stad Medan (zie op kaart bij bijlage) wegens het ontbreken van een middelbare school in de omgeving in Laras.  Mijn opa zat toentertijd op de HBS (de Hogere Burgerschool), dat is te vergelijken met het VWO.

De landingen op Sumatra’s Oostkust werden voorafgegaan door twee bombardementen, één op het vliegveld en één op een olie-raffinaderij in Gloegoer enkele kilometers buiten Medan. Hier begon voor vele gezinnen de grootste ellende uit hun leven. Zijn vader en broer werden gemobiliseerd en gelegerd in een bergplaatsje, Kabandjahe, nabij Brastagi. Vrees bestond er onder de vrouwen en meisjes voor het binnentrekken van de Japanse stoottroepen in Medan. De Japanse soldaten hebben op dat gebied geen goede reputatie. Gelukkig viel het achteraf ontzettend mee.
Alle Nederlandse scholen werden gesloten en dit duurde voort gedurende  de gehele bezettingstijd. Het was zeer moeilijk om in die tijd aan contant geld te komen.
De Indonesiërs, gelukkig niet allen, werden met de dag onvriendelijker tegen de Europeanen, omdat zij de Jappen beschouwden als hun bevrijders. Het grootste probleem was dan ook dat en de Jappen niet kon verstaan.
Mijn opa woonde tegenover het station en dat bleek achteraf niet zo gelukkig te zijn.

Na de capitulatie van ons leger op Sumatra’s Oostkust werden onze troepen krijgsgevangen gemaakt, waaronder de vader en broer van mijn opa. Zij werden geïnterneerd in het kamp te Belawan Deli (havenplaats). Na verloop van tijd moesten alle Nederlanders zich verzamelen op de Esplanade (een groot park tegenover het station in Medan) en werden de mannen en jongens vanaf 13 jaar gescheiden van de vrouwen en kinderen. De vrouwen en kinderen werden vervoerd naar Poelaoe Brajan en de mannen kwamen terecht in het kamp Belawan Deli waar ook de krijgsgevangenen zaten, echter gescheiden door prikkeldraad. Wel konden de burgers vrij communiceren met de krijgsgevangenen.
Op een gegeven moment vertelde mijn overgrootvader tegen mijn opa dat hij dacht dat de krijgsgevangen weggevoerd zouden worden. De krijgsgevangenen werden inderdaad afgevoerd naar de schepen en niemand wist wat de eindbestemming was.

Alles hing af van de kampcommandant die je had. Mijn opa vertelt dat hij in het kamp veel geluk heeft gehad met de Japanse kampleiding. Na de oorlog heeft hij vaak hele andere verhalen gehoord over de verschrikkingen in de kampen, maar hij kan dit zelf niet bevestigen. Het kamp waar mijn opa zat was een voormalig verblijf voor havenarbeiders, alles was er vreselijk smerig en dat betekende dus dat zij als geïnterneerden hard moesten ploeteren om het kamp schoon te maken. Maar voor de hygiëne in het kamp was het natuurlijk vanzelfsprekend.
Voorzover mijn opa het zich kan herinneren heeft hij geen nare dingen meegemaakt gedurende zijn kamp tijd. ’s Morgens en ’s avonds was er appel. Mijn opa vertelt dat zij  (de geinterneerden) elke ochtend voor de barakken moesten aantreden; op bevel in de houding staan en buigen naar de Japanners. Daarna werden zij geteld en moesten zij de Japanners hardop groeten. Zij konden met behulp van de Indonesiërs vaak wat blikjes eten naar binnen smokkelen, uiteraard tegen betaling. Verder was er een goede clandestiene verbinding met brieven over en weer met het vrouwenkamp in Poelaoe Brajan. Van de kampleiding, de Japanners, hadden mijn opa en zijn mede-geïnterneerden absoluut geen last.
Op een gegeven moment, mijn opa weet niet meer precies wanneer, mochten alle Indische geïnterneerden, het kamp uit. Zij konden terugkeren naar hun huis in Medan, echter werden zij wel beschouwd als “enemy alien” (vijandelijk onderdaan). Ter herkenning kregen zij wel een pas en een rood-wit bandje om de bovenarm. Het was natuurlijk heerlijk om niet meer de hele dag achter het prikkeldraad te zitten.

Nu begon eigenlijk gedurende de verdere bezettingstijd de naarste periode. Er moest allereerst geld verdient worden om te eten. Opa vertelt dat hij heeft gewerkt in een touwslagerij, mandenvlechterij en op een werkplaats waar sigaretten moesten worden gerold. Gelukkig heeft hij daarna wat geld kunnen verdienen als jockey bij paardenraces.
Niet prettig was dat je op straat voor elke schildwacht moest buigen en dat werd door hun als erg vernederend ervaren. Menigeen, vertelt mijn opa, die dat weigerden kregen flinke klappen. Ook de Indonesiërs moesten dit doen. Wie opgepakt werd voor diverse overtredingen, kwam terecht bij de gevreesde Kempetai (Japanse MP) en die waren zeer wreed. Ook mijn opa moest daaraan geloven omdat Indonesiërs hadden verteld dat hij had gewuifd naar Amerikaanse vliegtuigen. Hij kon echter bewijzen dat hij toen op het race-terrein was even buiten de stad Medan. Verder hadden de Jappen ook nog een straf voor Indonesiërs, namelijk dat zij werden uitgedroogd. Dat noemden de Indonesiër “djemoer” (dit betekent uitdrogen), zij werden dan aan een boom vastgebonden en moesten in de zon kijken. Mijn opa legt er wel de nadruk op dat hij niet weet hoe het precies was gesteld in andere delen van Nederlands-Indië. Dit zijn zijn eigen ervaringen.

Een mooi voorbeeld dat er best ook wel aardige Japanners rondliepen, maakte hij op een avond mee in Medan. Een Japanse zeer nerveuze soldaat kwam ’s avonds heel stiekem de trap op bij zijn woning (kennelijk zeer bang voor de Kempetai) om te vertellen dat hij bewaker was geweest van zijn vader en broer die in Thailand zaten en aan de Birma spoorlijn werkten. Na die bewuste avond heeft mijn opa hem niet meer gezien. Achteraf bleek bij terugkomst van zijn vader en broer dat dit merkwaardige verhaal volledig waar was.  
Na terugkomst uit het kamp hebben opa, zijn moeder en zusters zijn nog een tijdje in het huis gewoond waar zij voor de kamptijd in Medan woonden. Zij moesten daarna nog tweemaal op zoek gaan naar een andere woning. Alle huizen waar mensen woonden achter het station werden gevorderd door de Jappen, zij moesten op stel en sprong verhuizen. Ten eerste vonden de Jappen dat zij van het huis tegenover het station te veel konden zien van de Japanse troepenverplaatsingen. Zij konden daarna bij een andere familie in huis intrekken en die woning werd naderhand ook gevorderd. De familie van mijn opa heeft dan ook letterlijk al het huisraad en dingen van waarden verloren, alles was verloren.

De oorlog kwam voor de mensen abrupt aan een einde door de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima. Nederlands-Indië viel onder het gezagsgebied van de Britten. Zij namen, min of meer gedwongen door de beperkte beschikbaarheid van troepen, ten opzichte van de Nederlandse kolonie aanvankelijk een afwachtende houding aan. De herbezetting van Britse gebieden in Zuidoost-Azië en de afvoer van Britse krijgsgevangenen kregen voorrang. In Indië bleven daarom de Japanners voorlopig met het bestuur en de handhaving van rust en orde belast. Aanvankelijk bleven veel Nederlandse mannen en vrouwen in de interneringskampen zitten, het was te gevaarlijk om ze los te laten omdat de Indonesiërs opstandig en gevaarlijk waren. De voedselsituatie werd beter en de Japanners stelden zich wat vriendelijker op, maar van een 'echte' bevrijding was nog geen sprake. Ook de mensen die dus weer in de stad Medan terug kwamen werden weer geïnterneerd vertelt mijn opa, omdat de toestand buiten het kamp gevaarlijk was.

Mijn opa's gezin is weer compleet bij elkaar gekomen, ook zijn vader en broer zijn teruggekomen. In 1947 werden zij geëvacueerd naar Nederland. Mijn opa vertelt dat er wel leuke dingen waren in de kamptijden maar hij haat die tijd verschrikkelijk. Hij vertelt dat veel Japanse soldaten heel 
vervelend waren, vooral als ze gedronken hadden. Hij legt de nadruk erop dat hij wel geluk heeft gehad met de kampleiding. Het ergst vond hij vooral dat de scholen werden gesloten en dergelijke, dat zijn fijne leven daar werd afgenomen. Ook legt hij er de nadruk op dat het overal anders ging in de delen van Indonesië, de dingen die hij heeft vertelt zijn uit zijn eigen ervaring en hij weet niet precies hoe het er overal anders precies aan toe ging.

Na zoeken op het internet ben ik erachter gekomen dat het kamp Uniekampong in Belawan in de periode van april 1942 tot juni 1942 een krijgsgevangenkamp was en in de periode van april 1942 tot eind juli 1943 een burgerkamp. Dit is het kamp waar mijn opa en zijn vader en broer geïnterneerd zaten. Ook heb ik het kamp gevonden waar mijn opa zijn moeder en zusjes zich bevonden, namelijk het Poelaubrajan ABC in Medan in de periode van maart 1942 en juni 1945 was dit een kamp waar vrouwen en kinderen zich bevonden. Zie bijlage.

Op de tekening van het kamp Uniekampong in de bijlage herkende mijn opa verschillende dingen. Als je de poort van het kamp aan de Seroangweg en Bengkalisweg binnengaat, bevind zich meteen aan de rechterzijde het “huis” waar mijn opa, een vriend en nog vele andere werden ondergebracht. Ook vertelde mijn opa dat aan de Seroangweg zijde blikjes eten konden binnensmokkelen die zij tegen betaling van de Indonesiers kochten, zij stonden dan achter het prikkeldraad en de Indonesiers op de weg. Ook hier vond de clandestiene verbinding van post over en weer met het vrouwenkamp plaats.

Mijn opa zei: “Dat dit allemaal 74 jaar geleden gebeurde tijdens de bezetting, ervaar ik nog steeds als een vreselijke nachtmerrie”. Hij praat er ook niet graag over, omdat hij er niet aan herinnerd wil worden. Ik dank mijn opa en oma dan ook heel erg dat zij mee wilden werken aan onze opdracht voor Geschiedenis.


BIJLAGE


Op dit stukje kaart staat een deel van de oostkust van Sumatra. Bij de rode stip staat Laras de plaats waar mijn opa het eerste gedeelte van zijn jeugd heeft gewoond. Wat meer naar schuin naar boven van Laras zie je de stad Medan en daarboven Belawan.



Uniekampong: De Uniekampong was een complex houten woonbarakken uit de jaren twintig voor havenarbeiders van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, de Rotterdamsche Lloyd en de Stoomvaart Maatschappij Nederland. De krijgsgevangenen werden geïnterneerd in het noordelijk deel van de kampong. Het kamp was omheind en door prikkeldraad gescheiden van het burgermannenkamp in het zuidelijk deel van de kampong. Onder de krijgsgevangenen waren inheemse, Nederlandse, Britse en Australische militairen. Zij werden tewerkgesteld in de haven, bij het laden en lossen van schepen en treinen. Half mei 1942 werd een groep van ruim 2.000 Nederlandse, Britse en Australische krijgsgevangenen met de Tokobashi Maru naar Birma afgevoerd. Begin juni werden zo'n 300 inheemse krijgsgevangenen vrijgelaten. De overige krijgsgevangenen werden in de loop van juni afgevoerd naar de kampen Lawesigalagala en Gloegoer.De burgermannen en -jongens werden geïnterneerd in het zuidelijk deel van de kampong. Eind juli 1943 werd het kamp ontruimd en werden 540 geïnterneerden in drie transporten naar Belawan Estate overgebracht.” – www.indischekamparchieven.nl


Poelaubrajan: “In Poelaubrajan bevonden zich de centrale werkplaatsen van de Deli Spoorweg Maatschappij met woonwijken voor het inheemse en 'Europese' technische personeel. Een deel van deze wijken werd ingericht als verzamelkamp voor vrouwen en kinderen uit Medan en elders op de oostkust van Sumatra. Het kampcomplex werd in fasen uitgebreid. De blokken A, B en C bestonden uit eenvoudige huisjes van inheems DSM-personeel en twee koelieloodsen (blok A), omheind met prikkeldraad en gedek. In juni 1945 werden de geïnterneerden overgebracht naar Aek Pamienke.” – www.indischekamparchieven.nl



Literatuurgeschiedenis opdrachten

De achttiende eeuw

Moderne columnisten: Weyerman en Van Effen
1 – Leg in enkele zinnen uit wat een spectator is.
Een spectator is een tijdschriftvorm wat is komen overwaaien vanuit Engeland, het tijdschrift is een mengsel van verhalen, meningen, nieuws en kritiek.

2 - Een van de tijdschriften van Weyerman draagt als titel Den ontleeder der gebreken. Leg uit wat Weyerman met deze titel bedoeld kan hebben.
Ik denk dat Weyerman hiermee heeft bedoeld dat in dit tijdschrift alle 'gebreken' aan het licht werden gebracht. Weyerman wilde in zijn tijdschrift door middel van meningen en kritiek alle dingen die niet waar zijn uit de wereld helpen.

Krinke Kesmes, een vroeg imaginair reisverhaal
1 - Leg uit waarom en hoe imaginaire reisverslagen in dienst stonden van de Verlichting.
In de imaginaire reisverhalen werden, zoals de titel al zegt, reizen naar plekken die niet echt bestaan. In de verlichting zijn veel nieuwe gebieden ontdekt, eerst dacht men dat dit ook niet bestond. Door de reisverhalen werden de mensen geprikkeld om nieuwe landen te ontdekken.

2 - Waarom kozen verlichte schrijvers volgens jou voor een onbewoond eiland om iemand een nieuw bestaan te laten opbouwen?
Op een onbewoond eiland kun je echt opnieuw beginnen, je moet echt alles opbouwen. Voor de schrijvers bood dit ook veel vrijheid voor het schrijven van hun verhalen, en daardoor konden ze zichzelf helemaal uitleven.

Pulp fiction: het succes van populair proza
1 – Welk soort mensen speelt de hoofdrol in populair proza?
In de populaire proza kwamen verschillende mensen voor die de hoofdrol speelde, de hoofdrolspelers zijn mensen uit het dagelijks leven die proberen te overleven in een harde wereld.

2 - Avonturenromans als De Amsterdamse lichtmis, De ongelukkige levensbeschryving van een Amsterdammer en De Kloekmoedige land- en zeeheldin laten zien dat de achttiende eeuw misschien wel niet zo verlicht was als doorgaans wordt gedacht. Leg uit.
Bij de verlichting wordt vaak gedacht aan nieuwe uitvindingen, maar in de verhalen uit de vraag komen gewoon hele normale dingen voor, dingen uit het normale leven die ieder mens meemaakt.

3 - Lees het tekstfragment uit De Amsterdamse lichtmis. Valt er iets van moraal, van gewetenswroeging bij de twee vrienden te bespeuren? Kun je je voorstellen dat niet iedereen, de literaire kritiek bijvoorbeeld, of dominees, blij was met dit soort avonturenromans? Leg uit.
In dit verhaal komt niets terug van het geloof, er wordt wel verteld dat de jongen joods is maar eigenlijk gaat het verhaal gewoon over een beurs waar de joodse jongen veel fooi krijgt waardoor hij taartjes kan eten. Een moraal kan ik niet zo snel ontdekken, wel snap ik dat er literaire kritiek was op dit verhaal want het was vernieuwend en daar is over het algemeen altijd kritiek op.

Vernieuwing op het toneel
1 - Waarom bloeit het toneelleven in de Noordelijke Nederlanden minder dan in de Zuidelijke Nederlanden?
In de Zuidelijk Nederlanden waren veel toneelgroepen en was schooltoneel heel populair, de toneelstukken ging hier veel over religie, iets wat in het Calvinistische Noorden werd afgekeurd. Omdat het religieuze toneel in het noorden niet werd toegestaan is het toneel daar minder ontwikkelt.

2 - Waarom waren burgerlijke treurspelen modern?
Omdat deze burgerlijke treurspelen niet langer gingen over religieuze onderwerpen, maar juist over de verlichte denkbeelden van die tijd.

 Sara Burgerhart: roman in brieven
1 – De briefroman wordt ook wel aangeduid als roman-nieuwe stijl. Wat is nieuw aan de briefroman?
In de briefroman werden er gesprekken gevoerd door elkaar brieven te sturen, en in tegenstelling tot de avontuurlijke verhalen ging het hier om de gevoelens en psychische toestand van de personages.

2 - Waarom zijn brieven zo geschikt om een verhaal te vertellen?
Door brieven kun je gemakkelijk verschillende standpunten duidelijk maken, en er tegelijkertijd een dialoog tussen verschillende personen.


Dodengesprekken
1 – Wat zijn de voordelen van literatuur in de vorm van een gesprek?
Hiermee kan de schrijver verschillende literaire opvattingen laten doorklinken in zijn verhaal.

2 - Leg uit hoe het kan dat juist doden geschikt zijn om de actualiteit te becommentariëren.
Wanneer doden een actualiteit becommentariëren dan kan ze niets meer worden gedaan, wanneer levende mensen zich over hun mening uitlaten dan moeten ze niet gek opkijken als sommige mensen ze gaan haten.

Bezonken Rood - Jeroen Brouwers

Project Nederlands - Indië



Beschouwing Bezonken rood:

Jeroen Brouwers schreef in 1981 over de Japanse bezetting van Nederlands-Indie in zijn boek Bezonken Rood. Het boek is gebaseerd op zijn eigen leven, en dus volgens zeggen een autobiografische oorlogsroman. Na het verschijnen van dit boek is er veel kritiek geweest op de manier waarop Brouwers zijn kampjaren beschrijft. Het boek zou niet de objectieve werkelijkheid beschrijven en een opeenstapeling zijn van leugens en overdrijvingen. Vele schrijvers, onder wie Rudy Kousbroek, schreven over het boek en lieten hun kritiek horen. De vraag blijft of Bezonken Rood een schendig van de geschiedschrijving is.

Het boek beschrijft de ervaringen van Jeroen Brouwers in het Jappenkamp Tjideng. Daarnaast worden de gevolgen van deze ervaringen belicht. Jeroen brouwers schreef dit verhaal nadat zijn moeder overleed in 1981, voornamelijk om zijn kampjaren te verwerken.
Jeroen brouwers was slechts 5 toen hij met zijn moeder, oma en zusje in het Japanse interneringskamp terecht kwam, en heeft hier drie kleuterjaren doorgebracht. De omstandigheden in het kamp waren slecht en de vrouwen werden onmenselijk behandeld door de Japanners, beschrijft brouwers in zijn boek. Als iemand een regel overtrad of ongehoorzaam was werd deze gestraft met vreselijke lijfstraffen. Ook was er sprake van ondervoeding in het kamp, wat de reden was dat Brouwers oma het kamp niet overleefde. Deze martelingen en vreselijke omstandigheden worden zeer gedetailleerd beschreven door Brouwers kinderogen. De gebeurtenissen van Bezonken rood spelen zich afwisselend af in het heden en in het verleden. De liefde voor zijn moeder is door een aantal gebeurtenissen in het kamp veranderd in een grote haat, die zich soms lijkt uit te breiden tot alle vrouwen in het algemeen. Nadat hij een telefoontje krijgt dat zijn moeder is overleden komt hij tot het besef dat zijn moeder al een lange tijd eerder was gestorven, in zijn gedachtes.

Toen opeens de vraag werd opgeworpen in hoeverre dit verhaal overeenkomt met de historische werkelijkheid, begon een hevige discussie. Tegenstanders van Brouwers roman vonden dat het boek bestaat uit leugens en overdrijvingen. Zo werd beweerd dat de gruwelijke gebeurtenissen die beschreven worden in de roman in werkelijkheid niet plaatsvonden in de Jappenkampen, maar in de Duitse concentratiekampen. Ook vraagt men zich af in hoeverre een kleuter van 5 zulke heftige situaties kan onthouden en daarna zo gedetailleerd kan beschrijven. Heeft Jeroen Brouwers een ongekend goed geheugen en beschouwingskracht? Vooral Rudy Kousbroek neemt het voortouw in de discussie. Hij beweerd dat Brouwers leidt aan het “Oost Indisch kampsyndroom”, wat betekend dat hij weigert zich op de hoogte te stellen van de historische werkelijkheid. Kousbroek zelf heeft zelf ook een
Indische achtergrond en heeft ook in een Jappenkamp gezeten. Hij heeft de dingen veel anders ervaren, en heeft het ook anders verwerkt.
Jeroen Brouwers zelf deed niet, of nauwelijks, mee aan deze discussie. Hij houd zich sowieso graag op de achtergrond. Hij zegt dat als je meer over hem wilt weten, je zijn boeken maar moet lezen. Want al zijn boeken zijn autobiografisch. Zo zei hij eens in een interview: “Ik ben geboren in 1940 en vandaag of morgen, – al kan dit best nog jaren duren, – ga ik dood.
In de tussentijd heb ik boeken geschreven. De boeken die ik heb geschreven vormen mijn biografie: zij zijn de voetstappen die ik nalaat op mijn weg. Al mijn boeken zijn autobiografisch en niettemin alle gelogen, – ik schrijf dan ook niet historie, maar literatuur: de mijne.
Dit kan Kousbroeks kritiek misschien enigszins relativeren. Dat Brouwers in zijn boek gebeurtenissen plaats laat vinden op tijdstippen die niet met de “historische werkelijkheid” overeenkomen, kan romantechnische redenen hebben. Zoals hij zegt, schrijft hij geen historie maar een roman met zijn eigen ervaringen. Iedereen maakt gebeurtenissen op een verschillende manier mee en heeft zijn eigen waarheden. Wie ben jij dan om daar een oordeel over te hebben.

Om dit alles samen te vatten. Er is veel kritiek geweest op “Bezonken Rood”, het zou niet overeenkomen met de historische werkelijkheid. Maar waarom zou dit in een roman niet mogen? Een ding is zeker, Bezonken rood staat algemeen bekend als een hoogtepunt in de naoorlogse Nederlandstalige literatuur. 


Voor een uitgebreide samenvatting van het boek kunt u deze link aanklikken:http://www.collegenet.nl/index_mainframe.php?mainframe=http%3A%2F%2Fwww.collegenet.nl%2Fstudiemateriaal%2Fverslagen.php%3Fverslag_id%3D92%26site%3D 

Voor informatie over Jeroen Brouwers (waaronder zijn biografie) kunt u deze link aanklikken: http://spod.home.xs4all.nl/personeel/Brouwerspagina/biografie_jeroen_brouwers.htm

Voor een goede recensie van het boek kunt u deze link aanklikken: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2676/Cultuur/article/detail/719260/2004/10/18/Ongekend-subtiel-Bezonken-rood.dhtml

maandag 9 december 2013

Verborgen Gebreken - Renate Dorrestein

‘’En god zag dat het goed was.’’


Een boek over een boos, getraumatiseerd meisje en haar broertje die op hun vakantie in Schotland weglopen. Zich in een auto van een oude vrouw schuilhouden, en door haar onder de hoeden worden genomen. Allemaal houden ze iets verborgen. Een luchtbuks gaat af. Incest.
Renate Dorrestein heeft in haar boek ‘’verborgen gebreken’’ een ongeloofwaardig, maar meeslepend verhaal gecreëerd. Vanaf het moment dat je het boek openslaat wordt je meegesleept door de vele gebeurtenissen, flashbacks en Renate’s fijne manier van schrijven. Maar naarmate het boek zich vordert ga je jezelf dingen afvragen, omdat het verhaal nou eenmaal niet helemaal goed in elkaar zit. De handelingen en motieven ontberen elke logica. Zou een meisje van tien werkelijk zinnen denken als: 'Je moet zulke dingen wetenschappelijk benaderen.’ En ‘Cijfers geven orde.' En zo zijn er nog talloze voorbeelden van onrealistisch gebeurtenissen te vinden, bijvoorbeeld waarom Agnes (de oude vrouw) de kinderen niet gelijk naar de politie brengt.
Toch kun je niet zeggen dat het zomaar een boek is met een onrealistisch verhaal. Renate Dorrestein heeft de personages, en het landschap zodanig goed en gedetailleerd beschreven dat er veel empathie gecreëerd wordt. Het boek bevat prachtige beschrijvingen van het Schotse landschap en de gedachtegangen en gevoelens van de personages, die mij persoonlijk heel erg aanstonden.
Ook is het hoofdthema incest goed aan het licht gebracht. Zo is het niet alleen negatief belicht maar wordt er ook van andere kanten naar het onderwerp gekeken. Vragen als ‘’is incest te accepteren als het echte liefde is’’ en ‘’hoe breng je ongewilde incest ter sprake’’ zijn vragen die zeker in je hoofd ploppen tijdens het lezen.
Andere thema’s zoals onvolmaaktheden en onmogelijke levensopdrachten worden ook heel mooi beschreven. Ik citeer: “Wat betekent het als je niet meer van de alledaagse dingen kunt genieten? Heb je dan een depressie? Nijdig trapt ze opzettelijk in een modderpoel. Je hoort tegenwoordig maar continu gelukkig te zijn. Alsof het leven je niet voor de ene onmogelijke opdracht na de andere plaatst: je moet je verliezen incasseren, je in het onvermijdelijke schikken, je tekortkomingen onder ogen zien, jezelf en anderen vergeven. Toe maar, alsof het niets is.” Misschien is deze gedachtegang van Agnes wel te beschouwen als het motto van het verhaal. Maar dit is echter discussieerbaar.

De zeven hoofdstukken van ‘’Verborgen Gebreken’’ beginnen alle met een deel uit het scheppingsverhaal. Ik begreep dit niet, ik zag het verband niet met de rest van het verhaal. Pas toen ik in het laatste hoofdstuk de zin 'En God zag dat het goed was' las, begon ik het enigszins te begrijpen. Misschien wordt er bedoeld dat volmaaktheid nou eenmaal niet tot de schepping behoort…

donderdag 14 november 2013

Literatuurgeschiedenis opdrachten

DE GOUDEN EEUW


Joost van den Vondel, de prins der dichters
Zijn collega’s noemden hem ‘de prins der dichters’ want in hun ogen was hij de beste. Joost van den Vondel werd de beroemdste schrijver uit de Gouden Eeuw.

1. Noem ten minste twee redenen waarom Vondel al in zijn eigen tijd te boek stond als ‘de grootste schrijver’.
Hij heeft in de Gouden Eeuw veel belangrijke gebeurtenissen becommentarieerd.
En in zijn werk komen veel politieke en godsdienstige onderwerpen voor, dit was in der tijd nieuw en populair. 


2. Leg uit hoe het kon dat een beroemd auteur als Vondel geldproblemen had, terwijl hedendaagse beroemde auteurs gemakkelijk van hun pen kunnen leven.
Hij was een kousenhandelaar , hiermee verdiende hij gewoon goed. Maar toen zijn zaak failliet ging, kreeg hij een baantje bij de Amsterdamse Bank van Lening. Er waren niet veel mensen die boeken kochten, en het verdiende niet goed.


3. Zoek zelf achtergrondinformatie bij het gedicht Het stockske.
a.         Welke gebeurtenis wordt hier door Vondel beschreven?

Vondel vergelijkt Maurits die veel van de ervaren oudere staatsman Oldenbarnevelt had geleerd, met Nero, die zijn leermeester Seneca  dood liet gaan.

b.         In het gedicht wordt het stokje aangesproken alsof het een persoon is: waarom gebruikt Vondel deze techniek?
Hij gebruikte personages en metaforen om personen en gebeurtenissen uit de werkelijkheid uit te drukken.

c.         Welke boodschap wilde hij met het gedicht geven?
Dat de andere partij schuldig was.

d.         Kun je het stokje tegenwoordig nog ergens bekijken?
Ja, in het Vondel-museum





Pieter Corneliszoon Hooft, de elegante intellectueel



P.C. Hooft schreef geleerd en elegant. Met zijn veelzijdige oeuvre oefende hij veel invloed uit op andere schrijvers.



1. Wat waren de belangrijkste ideeën die Hooft met zijn werk wilde uitdragen? Noem er drie.
-Leidinggevenden moeten het landsbelang boven eigenbelang stellen en hun ondergeschikten goed behandelen.

-Toen hij in Frankrijk en Italië de kunst van de renaissance en de oudheid verder leerde kennen, werd hij nog enthousiaster. Daar moest Nederland een voorbeeld aan nemen! Terug in Amsterdam legde hij zich toe op modernisering van de Nederlandse literatuur.


2. Lees het Deuntje, op deze pagina, dat begint met ‘Als Jan Sijbrecht zou belezen’.
a.         Omschrijf kort (in maximaal 100 woorden) de rol van Jan en de rol van Sijbrech in dit lied.
Sijbrech is een mooie dame die een voorbeeld is van hoe je je niet moet gedragen in een relatie. Ze misbruikt de wil van Jan om met haar een relatie te krijgen, door dominant te zijn. Ze slaat hem en zegt dat hij haar maar moet verdragen, als hij echt Reine Liefde voor haar heeft.

  1. Leg uit wat Jan en Sijbrecht bedoelen met de refreinregel ‘Reine liefd’ kan niet vergaan’.
Pure liefde vergaat niet.


3. Ga naar http://home.hetnet.nl/~corpetrus/dichters/FrancescoPetrarca.htm en lees sonnet 134 en sonnet 292.
a.         Vergelijk deze sonnetten met ‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief’ van P.C. Hooft, dat in het Terzijde bij deze pagina (Hooft op vrijersvoeten) is opgenomen). Zie je overeenkomsten of verschillen?
Ze rijmen op de zelfde manier.
Ze gaan bijna allemaal, of misschien wel allemaal, over de liefde (in het begin), vaak de onbereikbare liefde omdat het over verdriet en pijn gaat(aan het eind).

  1. Voldoen de sonnetten aan de algemene regels die op de literatuurgeschiedenispagina ‘Revolutie in de Nederlandse literatuur’ gegeven worden? Geef argumenten voor je antwoord.
Sonnet: een veertienregelig gedicht met een wending in de inhoud, vaak na de achtste versregel. Tachtigers kozen later het sonnet als instrument voor originaliteit, individualisme en expressie van gevoelens. In de renaissance lag dat anders. Daar bootste men juist het werk van anderen na (imitatio) en bracht men algemene gevoelens onder woorden. Wel moest de navolging op zo origineel mogelijke wijze gebeuren, zo bewees je je voorbeeld eer en liet je zien dat je zelf ook talent bezat.



Lachen is gezond
Lachen gold in de Gouden Eeuw als een beproefd medicijn tegen depressies. Er bestond een uitgebreid repertoire van populaire moppen, die allesbehalve preuts waren.


1. In de zeventiende eeuw meende men dat de lach een heilzame werking had. Waarom dacht men dit?

2.         a. Wat was het gevolg van de strengere censuur voor de literaire humor in de Zuidelijke Nederlanden?

b. Hoe werkte de grotere vrijheid in de Noordelijke Nederlanden in de literaire humor door?

3. Lees de tekstpagina over Bredero’s Moortje en Huygens’ Trijntje Cornelisdr.
a.         Welke humoristische technieken gebruiken deze auteurs?


b.         Welke overeenkomsten zie je? En welke verschillen?


Aardse paradijzen
Rijke zeventiende-eeuwers laten buiten de steden een buitenplaats aanleggen en nodigen dichters uit er een ‘hofdicht’ over te schrijven.

1 De zeventiende-eeuwse hofdichten zijn een teken van de rijkdom en welvaart in de Noord-Nederlandse Republiek. Waarom is dit zo?

De hofdichten werden vaak geschreven voor rijke mensen die in buitenplaatsen woonden. De dichten hierover tonen dus aan dat Nederland in de 17e eeuw erg welvarend was, omdat er veel buitenhuizen waren en deze erg chique waren.
Ook betekend het dat men goed geletterd was die dagen, wat ook een teken van welvaart is.

2 Welke rol speelt de natuur in deze gedichten?

In de hofdichten speelt de natuur vaak een belangrijke rol. Deze wordt vaak met al zijn pracht beschreven door de dichter.

3 Ga naar de website van Huygensmuseum Hofwijck (www.hofwijck.nl).
a. Zoek via internet op wat er geworden is van de buitens Ockenburg en Sorghvliet.
Er wordt ingezoomd op Constantijn Huygens’ band met de Oranje’s, zijn boeiende privé leven, literatuur, muziek, architectuur en kunst. Zo was het secretaris Constantijn die de schilder Rembrandt bij stadhouder Frederik Hendrik introduceerde. En heeft het Oranjehuis veel te danken aan zijn loyale zeventiende-eeuwse raadsheer.

b. Wat is je conclusie?
Dat de hofdichten erg mooi waren, en de natuur goed beschreven. De hofdichten zijn ook een teken van welvaart in de 17e eeuw.




Revolutie in de Nederlandse literatuur
De schrijvers voeren vernieuwingen door in de Nederlandse literatuur en steunen de vrijheidsstrijd.

1 Beschrijf waaruit de revolutie in de Nederlandse literatuur na 1550 bestond. Betrek in je beschrijving in elk geval de termen renaissance, imitatio en sonnet en leg ze uit.

De revolutie van de Nederlandse literatuur bestond uit sonnetten. Een sonnet is een compacte dichtvorm waarin de auteur zijn technische kwaliteiten kan laten zien. Het is een veertienregelig gedicht met na de achtste versregel regel vaak een wending in de inhoud. In deze sonnetten wilden ze hun nieuwe ideeën uitdragen.
Door de Renaissance ontstonden veel nieuwe literaire genres en dichtvormen. Renaissance betekent hergeboorte. Met die term worden in de Europese literatuur- en kunstgeschiedenis de periode en de stroming aangeduid waarin Griekse en Romeinse helden uit de oudheid opnieuw populair werden. Tijdens de Renaissance bootste men  het werk van anderen na (imitatio) en bracht men algemene gevoelens onder woorden.


2. Op de startpagina van de DBNL vind je in de rubriek ‘Nieuwe gedichten’ sonnetten uit de 21ste eeuw.
a.         Kies er een uit en beschrijf kort de inhoud.

Rodin's Balzac

De scheppingskracht staat op 't gezicht geschreven,
Waar ieder avontuur zijn sporen liet.
Daar binnenin wordt 't wiss'lend lot geweven
Van wie hij met zijn geestesoog beziet.

Beheerser van geluk, geld, dood en leven,
Vanaf dichtbij tot in een ver verschiet,
Verrijst hij: onbehouwen en verheven,
In brons verbeeld zijn geestkracht van graniet.

Maar is hij tot het need'rig werk bij machte?
Door zijn postuur verraderlijk onthand,
Lijkt hij voorgoed alleen met zijn gedachten.
Zichtbaar gedoemd om visionair te blijven,
Brengt hij nog juist het uiterste tot stand,
En schept de man die alles op zal schrijven.

Het gaat oever god, en welke vorm hij  kan aan nemen. Ook gaat het over het leven, en over hoe men het leven leeft.

b.         Vergelijk het gekozen sonnet met dat van Van der Noot op deze pagina. Voldoen deze twee sonnetten aan de algemene regels voor inhoud en vorm die op deze pagina voor de renaissance gegeven worden? Geef argumenten voor je antwoord.

Ze voldoen beide aan de regels, maar het zijn geheel andere gedichten. De een gata over liefde, en de ander over god.

3. Schrijf zelf een sonnet over een actuele gebeurtenis in de maatschappij of in je persoonlijke leven. 

Waar moeten het toch heen
Met al dat gedoe
Zeg het dan meteen
Want ik word moe

Hoe lang gaat dit door
Ik kan het geheel niet meer zien
Waar doen we het voor
Of  ben ik de enige misschien

Hoor ik hier niet thuis
Maar als het niet hier is
Waar voel ik mij dan thuis
Wat is het dat ik mis






 








DE MIDDELEEUWEN



Van den vos Reynaerde
De Reinaert van ‘Willem die Madocke maecte’, is een satirisch dierenverhaal, waarin de middeleeuwse maatschappij een spiegel voorgehouden krijgt.


  1. Waar blijkt in het tekstfragment dat Reinaert een doortrapte schurk is?      Dit blijkt al direct aan het begin van de tekst. Hierin wordt duidelijk dat Reinaert Tibeert door het bespotten van zijn aarzeling hem zover krijgt om zichzelf het oordeel aan te doen. Ook in het vervolg van het verhaal wordt dit duidelijk, waar Reinaert Tibeert in zijn doodsnood bespot.
  2. Welke twee tegenstrijdige gevoelens maakt Reinaert bij de lezer/luisteraar los?De ene keer krijg je bewondering voor hem door zijn slimheid. Maar de andere keer roept hij juist afschuw op door de manier waarop hij anderen te grazen neemt.
  3. De prent van Fokke ende Sukke bij deze pagina verwijst naar de 'Madocke'. Leg uit hoe de humor in deze grap in elkaar steekt.  De prent bevat een woordspeling op het werkwoord 'maken'. De eerste zin van Reinaert luidt 'Willem die Madocke maecte', waarbij 'maken' doorgaans opgevat wordt als 'schrijven' en Madocke dus een tekst moet zijn. Volgens de prent is 'een madocke' echter een ingewikkeld apparaat, dat door Willem 'gemaakt' in de zin van 'gerepareerd' zou kunnen worden. Dat werpt een geheel nieuw licht op de eerste zin van de Reinaert.





Rederijkerij
De rederijkerskamers speelden een centrale rol in het literaire leven in de laatmiddeleeuwse stad. Rederijkers hielden zich bezig met literatuur in wedstrijdvorm.

1.Rederijkers hielpen veel bij de organisatie en uitvoering van bijvoorbeeld processies. Ze hielpen bij belangrijke gelegenheden, rederijkers probeerden mensen aan zich te binden door een rol te spelen in de propaganda voor de eigen stad.
2.
Beste deelnemers,
Er gaat een geweldige gedichtenwedstrijd plaatsvinden op het stadsplein voor het stadshuis. Morgen om 9 uur zal de gedichtenwedstrijd van start gaan. Het gedicht moet uit minimaal 20 woorden en maximaal 80 woorden bestaan. Het onderwerp van het gedicht is "de liefde". De winnaar mag een gezonde sterke koe in ontvangst nemen!
Ik zie je bij de inschrijving!



Een pennenproef als begin
‘Hebban olla vogala...’ is het oudst bekende Nederlandse liefdesversje (opgeschreven ca. 1100); in deze periode werd literatuur in de volkstaal meestal mondeling overgeleverd.




1. a. Met een ganzenveer overgeschreven regels uit Latijnse en Oudengelse teksten. Het was een soort van test, zodat het boek niet helemaal overnieuw hoeft als er wat mis is.
b. Tussen ca. 800 en 1150.


2. De meeste verhalen rijmden in die tijd, waardoor ze makkelijker te onthouden waren en goed door verteld konden worden. Dit geld ook voor de liederen van die tijd.






Hoofsheid
De hoofse cultuur ontwikkelt zich vanaf de twaalfde eeuw als systeem van gecultiveerde omgangsvormen. De literatuur speelt een belangrijke rol bij het propageren en verspreiden hiervan.

1. Welke invloed hadden de kruistochten op de hoofse cultuur?
Door de kruistochten kwamen ze gebieden tegen waar de cultuur heel duidelijk en goed was ontwikkeld. Hierdoor gingen zij zelf ook hun cultuur ontwikkelen. Dus als er geen kruistochten waren, waren ze deze gebieden met cultuur niet tegengekomen en hadden ze dus ook geen eigen hoofse cultuur ontwikkeld.

2. Lees de tekstpagina over Floris ende Blancefloer. Leg uit in hoeverre de kruistochten van belang zijn geweest voor het schrijven van deze roman.
De beschrijvingen in het verhaal van wonderbaarlijke beelden op het, zogenaamde, graf van Blancefloer, de exotische tuinen en het fantastische paleis van de emir van Babylon zijn beïnvloed door de indrukken die de kruistochtvaarders in het Midden-Oosten hadden opgedaan.
De kruistochten hebben dus door de cultuur te laten zien het schrijven van deze roman beïnvloed.





Ridderliteratuur
Ridders zijn de belangrijkste militairen van de Middeleeuwen. Ridderromans, geschreven voor en over ridders, zijn spannende verhalen over moed, trouw en liefde.




1. a. De meesten Karelromans gaan over oorlog en massa-gevechten, terwijl in de Arthurromans de nadruk ligt op individuele avonturen, toernooien en tweegevechten, en de hoofse liefde.
Arthur bleef meestal op de achtergrond, terwijl Karel het onsympathieke figuur was.
   b. De edelen hielden de helden in de romans als voorbeeld, bijvoorbeeld hun strijdlust in gevechten en hun moedige daden.
2.  - moed
    - strijdlust
    - eigen hoofdpersoon zijn






Toneel in de Middeleeuwen
Het vroegste middeleeuwse toneel is in kerken ontstaan. De abele spelen zijn de vroegste voorbeelden van ernstig wereldlijk toneel in Europa.

1a. Wat is geestelijk toneel?
Geestelijk toneel sluit nauw aan bij de verhalen die in de kerk werden verteld. Eerst waren er vooral passie- en paasspelen, waarin het lijden en de opstanding van Jezus werd uitgebeeld. Later werden ook het kerstverhaal, het leven van Maria en allerlei heiligenleven op het toneel gebracht. Ze zullen gedacht hebben dat als de prachtige verhalen uit de bijbel nu eens met een spel uitgebeeld zouden worden, zouden gewone mensen daar dan niet veel meer van opsteken?

b. Waarom kon geestelijk toneel grootser worden aangepakt dan wereldlijk toneel?
Omdat veel mensen de bijbel niet konden lezen omdat deze alleen in het Latijns geschreven was. Door het geestelijk toneel konden mensen die geen Latijn konden lezen ook het verhaal van de bijbel volgen door naar het geestelijk toneel te kijken. Hierdoor had het geestelijk toneel veel publiek

2
Laat ons in deze tuin wat met elkaar spreken, heer ridder, en probeer mijn woorden te begrijpen, dat verzoek ik u, hooggeboren edelman. Kijk eens naar deze mooie, groene boom, hoe mooi hij in bloei staat. Zijn bijzondere geur verspreidt zich tot in alle hoeken van deze hof. Hij staat in zo'n lieflijke vallei dat hij wel moet bloeien. Hij is zo edel en zo geurig dat hij een sieraad is voor de hele tuin. Stel nu dat een edele valk op deze boom neerstreek en er een bloem af haalde- daarna nooit meer een en het bij die ene bloem liet, zou u die boom daarom misprijzen En hem daarom laten omhakken? Ik verzoek u, dat u me naar waarheid antwoord geeft, edele ridder, op hoofse wijze.
Ze moeten verliefd kijken, met overdreven gebaren. Het moet op een smekende toon gevraagd worden.