vrijdag 8 maart 2013

De Goeroe in de Guaveboom - Kiran Desai

Ik heb het boek: de Goeroe in de Guaveboom van Kiran Desai gekozen omdat het mij interessant leek om een boek te lezen geschreven bij een Indiase schrijfster. In vond de kaft van het boek er ook erg vrolijk en mooi uitzien en het verhaaltje op de achterkant van het boek sprak mij ook erg aan.

Samenvatting:
Sampath Chawla is een dromer en kan niet goed omgaan met alle verplichtingen in zijn vrij normale leventje in het Indiase dorpje Shahkot. Het wordt al snel duidelijk dat hij niet goed kan omgaan met de al zijn verplichtingen en hij vlucht een Guaveboom in, hier voelt hij zich direct thuis. Zijn actie trekt veel aandacht van de bewoners van Shakoth want het lijkt alsof, de eerst zo rare Sampath, beschikt over spirituele wijsheden en gafes. Hij wordt al gauw beschouwd als de goeroe in de Guaveboom, terwijl hij al die wijsheden enkel weet doordat hij in het postkantoor altijd de brieven van de inwoners las (maar dit weet niemand). Maar dit alles wordt verstoord door een stel dronken apen die het hele stadje op zijn kop zetten.

Thema:
Het belangrijkste thema van dit boek is wat mij betreft geluk, in al zijn vormen. Het thema is niet heel erg duidelijk uit het verhaal op te maken aangezien er niet vaak over gesproken wordt en het thema niet vaak wordt aangekaard in de loop van het verhaal. Toch, na het boek volledig te hebben gelezen, wordt het duidelijk dat het boek vooral draait om wat mensen gelukkig maakt in het leven. Bij Sampath is dit het opgaan in zijn gedachtes en de dingen om zich heen, zijn zusje wordt simpelweg gelukkig wordt van er goed uit zien en zijn moeder wordt zielsgelukkig van het bereiden van eten.
Vooral bij de moeder van Sampath wordt haar geluksgevoel duidelijk geïllustreerd tijdens het verhaal. Toen ze nog in Shakoth woonde was ze vaak ongelukkig en werd ze, net als Sampath, als raar en krankzinnig beschouwd. Maar toen ze samen met de familie Sampath achterna waren gegaan naar de guaveboom kon haar geluk niet meer op; hier kon ze allemaal nieuwe ingrediënten uitproberen en in de openlucht koken.
‘’Ze kookte buiten in de zon, onder de immense hemel. Overal om haar heen zag ze een landschap dat we volkomen begreep, dat ze doorgronde zonder erover na te hoeven denken.
Ze voelde zich voldaan, en daar was ze heel stellig in, voldaan, vervuld van een magisch geluksgevoel’’ p.77
Een andere mooie geluksomschrijving in het boek is het moment dat Sampath voor het eerst in de guaveboom zit en geniet van alles om hem heen. Dit is ook wat Sampath graag doet en wat hem gelukkig maakt.
’Om lekker zo te liggen en alles over deze boomgaard te weten te komen: het minioscule insect te leren kennen dat voorbij kroop, de geur van het de volle aarde van het gras. En dan, als de midagen kort en mistig werden en het fruit groengeel en rijp, zou hij een guave plukken… Hij zou hem tegen zijn wang leggen en hem tussen zijn handen heen en weer rollen om de rimpelige huid voelen. Ja, eindelijk was hij om de juiste plek.’’ P. 15
Zoals deze citaten zitten er nog duizenden in het boek. De geluksgevoelens van de verschillende personages in het boek zijn helemaal perfect omschreven, zodat je er zelf bijna ook gelukkig door wordt.

Het karakter van Sampath:
Sampath wordt geboren tijdens de eerste moesson na een hele lange droogte en hij wordt dus gezien als iemand die het waarschijnlijk nog ver gaat schoppen in zijn leven. Maar het tegendeel blijkt waar te zijn; hij heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel, voelt zich niet begrepen en kan zich niet vinden in het materialistische wereldje. Zelfs het werk op een postkantoor is te hoog voor hem gegrepen, wat tot frustratie lijdt bij zijn zeer ambitieuze vader.
Hij kan zich ergeren, maar ook bewonderen voor de kleinste dingen. Hij is een echte dromer maar kan ook verstrikt raken in zijn eigen gedachtes en ziet dan vaak geen uitweg meer voor zijn problemen. Hierdoor begrijp ik zijn gedachtengangen vaak wel en begrijp ik ook waarom hij in een guaveboom is gaan zitten.
In sommige opzichten lijk ik wel een beetje op Sampath, ik kan net als hij ook heel lang niks doen en helemaal opgaan in een klein dingetje. Er wordt  vaak van mij gezegd dat ik een dromer ben en ik weet ook van mezelf dat ik soms niet helder meer kan na denken omdat ik mijn gedachtes niet meer bijbenen kan. Alleen een groot verschil tussen mij en Sampath is dat Sampath niks wil bereiken in zijn leven terwijl ik juist de hele wereld wil zien en iets wil betekenen voor mensen.

Het taalgebruik:
Kiran Desai beschrijft alles in het verhaal erg gedetailleerd op een manier die erg voor je verbeelding spreekt. Kiran Desai bekijkt dingen vanuit hele leuke, interesante maar vooral grappige ooghoeken. Bijvoorbeeld Sampaths ergernis tegenover het gesnurk van zijn familie:’’ Luidruchtig op zichzelf gericht werkten ze zich met veel misbaar door hun dromen heen, de hinderlijke aspecten van alle afzonderlijke geluiden voegde zich bij elkaar en drukte op Sampath als een molensteen. Het was afschuwelijk niet te kunnen slapen terwijl andere mensen boven zijn hoofd heen en weer vlogen, met de wereld in hun zak.’’ p. 19
Het verhaal is geschreven uit verschillende personages in  de verleden tijd, soms lees je mee met de gedachtes van Pinky (Sampaths zusje) en het andere moment met die van een apenvanger. Dit houd het verhaal afwisselend en dus leuker.

Stemming tijdens het lezen:
Omdat alles zo mooi en apart beschreven is, ook de gelukzaligheden, werd ik tijdens het lezen echt een beetje gelukkig. Ook heb ik vaak hardop gelachen omdat het verhaal met veel humor is geschreven. Het onderwerp van het boek is niet zwaar dus ik las er makkelijk doorheen, wat ook wel weer eens prettig is. Mede doordat er niet echt een diepliggende boodschap of gedachte achter het verhaal ligt was het erg luchtig om te lezen en was het goede amusement.  

De boodschap:
Door het lezen van dit boek ben ik ook meer te weten gekomen over het dagelijks leven in India maar zoals ik net al zei zat er niet echt een duidelijke boodschap in het verhaal, wat ik opzich ook juist wel weer een boodschap vind; Niet alles hoeft leerzaam of van morele waarde zijn.
Toch heb ik wel wat geleerd van het boek. Het is me namelijk duidelijk geworden dat je moet doen wat je gelukkig maakt op de wereld, en dat dat voor iedereen anders is. Waarom zou je je hele leven in een donker postkantoor doorbrengen als je ook je geluk achterna kan gaan? Je hebt je leven zelf in de hand!

Verschil met DKVD:
Het verschil tussen De goeroe in de guave boom en de Donkere kamer van Damokles is aanzienbaar groot. Hoe uitgedacht en vol diepliggende boodschappen het ene boek is, hoe simpel en direct het andere. Een ander groot verschil is dat de Donkere kamer van Damokles een zwaar onderwerp heeft en de Goeroe in de guaveboom juist heel luchtig is.
Toch hebben de twee boeken een ding gemeen; beide hoofdpersonages hebben een identieits crisis. Allebbij zijn ze op een zoektocht naar zichzelf.
Kiran Desai zoekt in haar boek meer naar mooie beschrijvingen van subtiele dingen terwijl WF Hermans meer  meer bezig is met het spelen met de gedachtes van de lezer.

Naar welk van de twee boeken, na het lezen van mijn blogberichten, zou jou voorkeur uitgaan? En waarom? Laat gerust je mening achter!


vrijdag 4 januari 2013

De donkere kamer van Damokles - Willem Frederik Hermans


Mijn eerste indruk (voor  het lezen)
Gisteren hebben we met Nederlands het boek ''De donkere kamer van Damokles''' gekregen. Op het eerste gezicht zag het boek er leuk uit, we konden kiezen uit een rode versie van de scholieren uitgave of de groene. Ik koos de groene versie omdat die simpelweg het dichts bij lag.
Ik had al wel eens van de naam gehoord, ook van de schrijver, maar ik schaam me toch dat ik zo weinig over deze man (blijkbaar een erg grootse schrijver) weet, Willem Frederik Hermans. Het enige wat ik eigenljik over dit boek weet is dat het een spannende thriller is die zich afspeeld tijdens de Tweede Wereld Oorlog.
Ik ben erg benieuwd naar het verhaal, en ook naar de schrijfwijze van W.F Hermans, omdat ik nog nooit werk van hem gelezen heb.

Mijn eerste indruk (na het lezen)
Elke avond voor het slapen gaan heb ik dit boek gelezen en ik heb het eindelijk uit.
Het einde vond ik erg teleurstellend, ik had zelfs het gevoel dat de schrijver gewoon geen zin meer had om verder te schrijven. Alsof hij zich zelf zo erg in de moeilijkheid had geschreven dat hij zelf ook geen uitweg of oplossing meer wist. Ik had gehoopt dat Dorbeck zou worden gevonden en dat Ossewoudt naar zijn vriendin in Jeruzalem kon gaan.
De rest van het boek vond ik wel erg boeiend, al is het me nog niet helemaal duidelijk wat er allemaal precies aan de hand was. Ik ga er dus nog even goed over na denken en misschien nog wat stukjes herlezen op meer duidelijkheid te krijgen. U zult van mij horen......


Willem Frederik Hermans (1921 - 1995)

W.F. Hermans wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandstalige schrijver van de 20ste eeuw, zijn werk geeft tot op de dag van vandaag aanleiding tot discussie en dwingt de nieuwe generatie lezers en auteurs steeds weer tot standpuntbepaling.  Hij stamde uit een Amsterdams onderwijzersgezin; de zelfmoord van zijn zuster en een neef bij de inval van de Duitsers in mei 1940 betekende een schok voor hem en verliet in 1973 enigszins verbitterd Nederland en vestigde zich als schrijver in Parijs. Een jaar hiervoor Weigerde hij de P.C. Hooftprijs maar vier jaar later accepteerde hij toch de Prijs der Nederlandse Letteren. Anti-katholieke en cynische uitspraken van de hoofdpersonen zorgde er soms voor dat W.F. Hermans niet altijd even geliefd was. Ook de reis naar Zuid-Afrika die hij in 1982 op uitnodiging van zijn uitgever aldaar, Human en Rousseau, ondernam, kwam hem in Nederland te staan op veel commotie in de media en een officiële boycot, afgekondigd in 1986, van de stad Amsterdam. Op 5 december 1988 was hij zelfs het slachtoffer van een aanslag door een paranoïde persoon, die nog minder dan de     stad de literatuur en de werkelijkheid uit elkaar kon houden.

Hermans kan niet bij een na-oorlogse stroming ingedeeld worden. Zijn thematiek evenwel, waarin het waarheidsprobleem centraal staat, sluit aan bij die van de romantiek als literaire stroming. Hermans' personages zijn personificaties van aspecten van zijn wereldbeeld: zij zijn eenzamen die hun wereld voortdurend verkeerd interpreteren, in het contact met andere interpretaties niets zinvols kunnen doen, overgeleverd zijn aan moedwil (het bedrog van de anderen), misverstand en toeval; zij mislukken, gaan ten onder aan de discrepantie tussen de wereld en hun voorstellingen daarvan. In deze wereld, waarin tenslotte de natuurkrachten (machtsdrift, agressiviteit) het winnen, is geen plaats voor begrippen als vrijheid en verantwoordelijkheid, noch voor ethisch idealisme: in de jungle van het menselijk bestaan is een offer voor de goede zaak zinloos.
Willem Frederik Hermans was een  verwoed fotograaf. Daarvan getuigen o.a. zijn twee fotoboeken en  Zijn archief bevat bijna 10.000 nauwkeurig door hem gecatalogiseerde dia's. http://www.willemfrederikhermans.nl/fotos/  http://www.willemfrederikhermans.nl/biografie.php http://www.willemfrederikhermans.nl/

Mijn eigen fotosessie















Deze foto's hebben temaken met een van de thema's , namelijk illusie en werkelijkheid, en sluiten goed aan met dit boek. In DDKVD is een belangrijk onderwerp het ontwikkelen van foto's, waar Osewoudt zich vaak me bezig houd als hij negatieven van Dorbeck ontvangt. Voor mijn foto sessie heb ik een foto van mijzelf gemaakt in een spiegel met mijn polaroid camera (die ik onlangs voor mijn verjaardag heb gekregen). In deze sessie met foto's kunt u de ontwikkeling van de polaroid waarnemen (waar ik de ontwikkeling van Osewoudt mee bedoel) maar hier zit een diepere betekenis achter. Deze foto's zijn namelijk de grens tussen waan en werkelijkgheid,  de kleuren van de polaroid maar ook  de vreemde vlekken die hij achter laat zijn niet hoe het er werkelijk uitzag. Het moment dat de foto gemaakt werd was werkelijkheid die werd omgezet in gefotografeerde werkelijkheid maar deze werkelijkheid wordt langzaam waan.
Met deze sessie wou ik natuurlijk ook het moment benadrukken wanneer Osewoudt samen met Dorbeck een foto maakte in de spiegel, die later van groot belang wordt, maar mislukt (daar slaat de laatse foto van de sessie met de lege polaroid op)



Naschrift (1971) pagina 319 van De donkere kamer van Damokles

‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is. Men zou willen zeggen: ‘’Dan moet hij er toch zijn als ik hem zoek.’’ – Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.’
Ludwig Wittgenstein
Het motto van Ludwig Wittgenstein past erg goed bij het boek en het thema van dit boek: Illusie en werkelijkheid.
In het laatste gedeelte van het boek moet Osewoudt  bewijzen dat hij niet schuldig is aan landverraad en daarvoor heeft hij Dorbeck nodig want Dorbeck weet alles. Maar de Engelse officiers hebben nog nooit van ene Dorbeck gehoord en iedereen die Dorbeck ooit gekend heeft leeft niet meer.  Om de eerste zin te verklaren: Osewoudt kan Dorbeck zoeken als hij er niet is maar omdat er geen bewijs is dat Dorbeck weldegelijk bestaat kan hij niet Dorbeck de schuld geven van alles.
Om de tweede regel de verklaren:  Je gaat niet iemand zoeken die niet bestaat,  dus Dorbeck moet bestaan hebben omdat Osewoudt hem zoekt. Maar dat betekend niet dat als Osewoudt Dorbeck niet vind dat hij dan niet bestaat, zelfs als hij helemaal niet bestaat.
Dit motto past dus goed bij het boek en het thema omdat  Ludwig Wittgensteins’ naschrift illusie en werkelijkheid wordt beschreven,  ik voel ook een vorm van hopeloosheid en wanhoop in de woorden van Wittgenstein, die erg overeenkomen met de wanhoop van Osewoudt tijdens zijn gevangenschap.





De Donkere kamer van Damokles – Het is een interessante naam voor een boek, waarvan ik op het begin geen idee had waar het vandaan kwam. Toen ik verder in het boek kwam begon ik de donkere ontwikkelkamers eraan de naam te linken en toen ik het boek uit had begon ik me sterk af te vragen wie die ‘Damokles’ nu eigenlijk was.  Na wat onderzoek gedaan te hebben kwam ik erachter dat er een Griekse mythe is over het ‘zwaard van Damokles’. In dit verhaal uit de oudheid is Damokles een bediende aan het hof van koning Dionysius. Hij is niet tevreden met zijn positie en wil koning zijn.  De koning laat Damokles voor een dag koning zijn, hij mag op de troon zitten en hij wordt behandeld als koning, maar tegelijkertijd wordt zijn overmoed gestraft doordat een zwaard met een paardenhaar de gehele tijd boven hem hangt.  Dit verhaal komt overeen met Osewoudt die de heldenplaats van Dorbeck in wilt nemen, een rol omdraaiing. Osewoudt, die met alles minder is dan Dorbeck, wilt te graag de hogere en betere plaats van Dorbeck te wisselen met zijn lagere plaats. Ik las dat er daarom de hele tijd verwezen wordt naar het bordje: ‘Verboden in te halen’.
De donkere kamer slaat dus waarschijnlijk op de donkere kamer waarin Osewoudt zijn foto moet ontwikkelen, maar niet alleen foto's maar ook negatieven, en waar deze kamer herhaaldelijk een belangrijke rol speelt. Van Hoek & Wingen (1974) stelt: ‘[Osewoudt] zit opgesloten in de donkere kamer van zijn persoonlijkheid. Ook de wereld, ondoorzichtig, onduidelijk en onkenbaar, is een donkere kamer.’ Dit vind ik ook een goede redenering, maar mijn eigen gedachten gaan toch eerder gewoon naar de donkere kamer waarin hij de foto’s ontwikkeld die hij in h et begin van het verhaal van Dorbeck krijgt en dus ook de mislukte foto tijdens zijn gevangenschap. Misschien is de donkere kamer een metafoor voor het zwaar dat boven Damokles zijn hoofd hangt.




Lofrede van De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans
De donkere kamer van Damokles was niet een van die boeken die ik ‘’in een zucht’’ heb uit gelezen. Het lijkt op het eerste gezicht wel een dun boekje, maar er zitten meer metaforen, grappige vergelijkingen en diepliggendere lagen in dan elk ander boek wat ik ooit gelezen heb. Ik zou eigenlijk willen zeggen dat ik het me aan een detective doet denken, maar daar doe ik het boek tekort mee, het zit veel vernuftiger in elkaar wat je op het eerste gezicht nog niet door hebt.
W.F. Hermans slaagt er wat mij betreft in om de personages zo te beschrijven dat het voelt alsof  je in de huid kruip van hen, en alles net zo intens mee maakt als zij dat doen. Tijdens het lezen voel je de wanhoop, trots en eenzaamheid van Osewoudt door de letters heen.
Eerst vond ik het einde erg teleurstellend, ik voelde me als het ware bedrogen door W.F. Hermans. Maar hier wil ik toch op terug komen, ik vind namelijk heel mooi hoe de mythe over damokles maar ook het begin verhaal over de schipbreuk op het eind duidelijk worden en het lot van Osewoudt bevestigen. Ik vind het een grappig idee dat W.F. Hermans eigenlijk op de eerste pagina van het verhaal het einde al verklapt, dit kan ik denk ik wel geniaal noemen.
Ik raad iedereen aan om dit boek te lezen, zonder twijfel, maar ik moet jullie wel alvast waarschuwen: 'Niets is wat het lijkt'  

De Slavenring - Simone van der Vlugt

24 augustus 79 n. Chr.
Niets kan eeuwig duren
Wanneer de zon ons al haar licht geschonken heeft
Verzinkt zij in de oceaan
Na de volle maan neemt Phoebe’s gestalte weer af
De krachtige wind wordt tot een lichte bries

Een gedicht van een onbekende dichter uit Pompeji, op bladzijde 190 van het boek
"de Slavenring" van Simone van der Vlugt. Een ijzersterk boek dat ik in een zucht heb uitgelezen.
Simone van der Vlugt ( http://www.simonevandervlugt.nl/informatie/biografie/ ) schrijft in het boek ‘De Slavenring’ over de slavernij tijdens de eerste eeuw na Christus . In het decor van het rijke Pompeji raken twee jonge slaven, met allebei een hele geschiedenis achter hun, op elkaar verliefd. . Zie ook : http://www.scholieren.com/boekverslagen/24987 .
Het is een verhaal over liefde, geloof en seksueel misbruik, maar vooral over vrijheid.


In de onderstaande link staan drie recensies van het boek. Ik vind dat de recensie “Levende talen” van Ruud Kraaijeveld het boek erg goed beschrijft. ‘’Het verhaal doet de lezer beseffen hoe belangrijk vrijheid is en wat voor innerlijke strijd Chloë en Folkrad moeten leveren’’. Ik ben het hiermee volkomen eens. Na het lezen van dit boek ben ik echt gaan beseffen hoe belangrijk dat is, en dat wij, ook al moeten wij verplicht naar school, erg blij moeten zijn met onze leefomstandigheden en vrijheid.

Het fijne van dit boek is dat je echt helemaal onder de huid van de personages kan kruipen. Daardoor heb ik soms wel uren achter elkaar kunnen doorlezen. Het personage waar ik het meest in gekropen ben is Folkrad, de hoofdpersoon. Het mooie aan Folkrad vind ik dat hij eerst heel erg afwijzend is tegenover de Romeinen maar later ook wel de goede kanten van de Romeinen inziet. Ik vind hem ook erg moedig en dapper, omdat hij twee keer een meisje heeft gered. Hij ook vaak denkt aan vluchten, ondanks de slavenring om zijn nek en alle de gevaren die het vluchten met zich meebrengt. Chloe is juist erg rustig en in zich zelf gekeerd. Ik heb veel bewondering voor Chloe, hoe sterk ze blijft ondanks alle narigheid die ze mee maakt.
Simone van der Vlugt beschrijft haar personages precies en erg geloofwaardig. Door deze manier van schrijven begin je bijna te geloven dat deze personages echt hebben bestaan en word je meegesleept in een ''echt'' verhaal.

Een van de mooiste thema’s uit het boek vind ik het geloof. De goden spelen een hele belangrijke rol in het leven van Folkrad en Chloe, alles wat erg gebeurt hebben de goden gewild. Het lijkt mij erg fijn om in zoiets groots te geloven.
''De slavenring''gaat echt ergens over, het is niet zomaar een verhaal. Je leert tijdens het lezen van een spannend en mooi verhaal ook belangrijke geschiedenislessen en levenslessen.

Toen ik een laatst een liedje op de radio hoorde moest ik gelijk denken aan dit boek, alles kwam in een flits weer terug. Het bleek het liedje ''fragile'' van Sting te zijn. Fragile betekend breekbaar en zo is het leven.... Ook 77 jaar na Christus.






maandag 15 oktober 2012

De stem van Tamar - David Grossman

Haar stem was haar plek op de wereld (p. 192)

Een perfecte recensie over het boek, ik had het zelf niet mooier kunnen verwoorden: http://www.davidgrossman.nl/bk-destemvantamar-recensies.asp

Dit is een goede link met informatie over David Grossman: http://www.davidgrossman.nl/biografie.asp


Het verhaal gaat over Assaf en Tamar, die niets afweten van elkaars bestaan totdat een hond hier verandering in maakt. Terwijl Tamar bezig is om haar broer te redden, die in grote problemen zit, raakt ze haar hond Dina kwijt. Dina komt terecht bij de politie en Assaf krijgt de taak om de eigenaar van de verdwaalde hond terug te vinden. Assaf begint samen met Dina een grote zoektocht door Jerusalem en komt steeds meer te weten over Tamar. Tamar is een bijzonder meisje en ze kan heel mooi zingen. Dit kan ze goed gebruiken wanneer ze haar broer uit het gevaarlijke straatmuzikanten wereldje vol drugs probeert te halen. Ze komt er achter dat haar zeer muzikale broer diep in de problemen zit, en ook Assaf begint te beseffen dat hij is begonnen aan een gevaarlijk avontuur.

In het begin vond ik het verhaal soms moeilijk om te lezen, het interesseerde mee niet echt omdat ik nog niet doorhad wat er allemaal aan de hand was. Maar later werd het verhaal veel boeiender en spannender, vooral de hoofdpersonen vond ik erg interessant. De manier waarop ze dingen bekeken en hoe ze over dingen dachten, is heel anders dan hoe ik naar de dingen kijk. Hier heb ik wel veel van geleerd. Tamar kan goed luisteren naar andermans verhalen en problemen en het uiterlijk van iemand maakt haar niks uit. Zo heeft ze een vriend wiens gezicht helemaal is verbrand, Sjalom. Ik heb even een paar stukjes van het gesprek tussen Assaf en Sjalom geciteerd omdat het heel goed laat zien hoe open Tamar voor dingen staat, en wat dat met mensen doet.  
‘En hebben jullie gepraat, jij en Tamar’ vroeg Assaf. ‘Of wij gepraat hebben? Vraag je dat serieus?’ Sjalom spreidde zijn armen uit, trots, alsof hij een grote zee uitbeeldde. ‘Zal ik je wat zeggen? Geen mens op de wereld met wie je zo goed kan praten als met haar. Want mensen, die kijken je meteen scheef aan, waar of niet? Die denken meteen van: die is zus, die is zo. Ze kijken naar je uiterlijk, ja? Maar neem mijn voorbeeld. Mij interesseert het uiterlijk geen moer. Geen ene moer! Het gaat om wat de mens vanbinnen is, ja toch?’ Assaf knikte en zweeg. Hij bedacht dat dit allemaal door Tamar kwam, dat hij anders langs was gelopen, misschien met afkeer, ook wel een beetje medelijden. Meer niet

Er zijn nog veel meer van dit soort gesprekken in het boek, het liefst zou ik alle mooie gesprekken citeren, maar ik denk dat het toch een beter idee is dat U zelf het boek gaat lezen.

Ik denk dat er heel veel thema’s in dit boek zitten: drugs, vrienden, zielsverwanten. Maar voor mij is het belangrijkste thema van dit boek de zoektocht, want hier gaat het boek vooral over. De zoektocht naar Tamar, maar vooral de zoektocht naar jezelf. Deze zoektocht wordt heel erg mooi verwoord, het lijkt net alsof je samen met Assaf achter Dina aanrent en deel uit maakt van hun zoektocht. Daarom zet het je ook echt aan het denken. Dit thema is trouwens  'het levens thema' voor een heleboel mensen; dichters, kunstenaars, schrijvers. Ook vroeger was men hier al mee bezig, liet Shakespeare Hamlet niet ooit zeggen: 'To be, or not to be. That's the question' ?
Ook van Kooten en de Bie zijn er mee bezig....