donderdag 14 november 2013

Werkweek Berlijn






Mijn verwachtingen van tevoren:
8 oktober 2013-10-31
Ik denk dat het heel leuk en leerzaam wordt.
We gaan heel veel leuke bezienswaardigheden bezoeken en alle mensen die mee gaan zijn allemaal erg aardig.
Ik vind het wel jammer dat we niet in een jeugdherberg gaan. Hopelijk zijn de gastgezinnen wel leuk.
Ik hoop ook dat we veel vrije tijd krijgen.
Ik ben ook benieuwd hoe de treinreis wordt.

Veel van mijn verwachtingen klopten wel. Het was echter veel leuker dan ik had verwacht. We kregen inderdaad veel vrije tijd en we hebben veel interessante en leuke bezienswaardigheden bezocht (de gevangenis en het fietsen door Berlijn).
Erg versassend leuk was het reizen met het openbaar vervoer. Hierdoor had je veel meer het gevoel echt in Berlijn te zijn, en het is een hele andere ervaring dan telkens met de bus overal heen gebracht te worden. Het leukste vond ik de East Side Gallery, waar Maud, Carli en ik op eigen gelegenheid nog heen zijn geweest. 
De groep is heeft een hele hechte band gekregen door de werkweek. Ook de leraren waren erg aardig en het was totaal geen probleem om 4 dagen met ze opgescheept te zitten. Integendeel, het was ook heel gezellig met de leraren.
Alles bij elkaar was het zeker een geslaagde werkweek!

Dag bij Dag Verslag

Dag 1:
De eerste dag verzamelde wij om 6.15 uur op het station Weesp. Wij zijn toen met de trein vertrokken en hebben twee keer over moeten stappen. Rond 14.00 kwamen wij aan op Hauptbahnhof in Berlijn. Hier hebben wij onze bagage in kluisjes geplaatst en wij zijn toen met het openbaar vervoer vertrokken naar Hohenschönhausen. We waren hier lichtelijk laat voor en daardoor was de rondleiding door de stazi gevangenis, Hohenschönhausen, wat kort. Toch vond ik dit zeer indrukwekkend, vooral doordat we de rondleiding kregen van een man die er zelf een tijd gevangen had gezeten. Wel was de rondleiding in het Duits, dit was op zich wel te volgen maar het was soms toch wat lastig. Hierna vertrokken wij met het openbaar vervoer naar de gastgezinnen. Ik zat met Eva en Moana in een gastgezin en wij hebben die avond niet veel gedaan. Behalve kennisgemaakt met het gastgezin natuurlijk.

Dag 2:
De tweede dag verzamelde onze groep, van overigens maar 14 leerlingen en 2 leraren, zich bij het verzamelpunt om 8.30. Dit was iets wat ikzelf zeer fijn vond, door zo een kleine groep leerde je iedereen goed kennen en deed je veel samen. Wij zijn toen vertrokken naar het centrum van Berlijn en hier hebben wij met zijn allen rond gelopen, langs de bekendste bezienswaardigheden. Hierna hebben wij het werkkamp Sachsenhausen bezocht. We hadden hier weer een Duitse gids. Ik was hier al een keer geweest, maar toen zonder gids en de rondleiding was met gids toch een zeer interessanter. Vervolgens hadden wij de keuze om Checkpoint Charlie te bezoeken of terug te keren naar het centrum om hier ons eigen plan te trekken. Wij zijn toen terug gegaan naar het centrum en hebben hier geshopt. Uiteindelijk keerde wij zelfstandig weer terug naar de gastgezinnen. In de avond hebben wij nog met de hele groep afgesproken in het lokale cafe: Rabu. Dit was heel erg gezellig 

Dag 3:
De derde dag verzamelde wij weer om 8.30 toen begonnen wij de dag met Berlin On Bike, een fietstocht door Berlijn. Deze fietstocht had ik al een eerder gedaan, maar aangezien wij een andere tocht maakte was dit toch ook zeer leuk. Toen mochten wij op eigen gelegenheid even snel lunchen om vervolgens te vertrekken naar het DDR-museum. Dit was overigens geen succes aangezien het heel druk was en heel klein. Wij zijn hier toen ook weer snel vertrokken en kregen toen vrije tijd. In deze vrije tijd was het de bedoeling dat je ook op eigen gelegenheid ging eten. Ik ben zelf met een groepje vriendinnen bij een Italiaan gaan eten. Als afsluiter van de dag gingen we naar de club: Matrix, die hadden een speciale scholieren avond georganiseerd. Helaas was dit niet een echt groot succes en hier zijn we dan ook vroegtijdig weggegaan. We zijn toen nog wel met zijn allen naar hetzelfde café als de dag daarvoor gegaan, Rabu. De avond eindigde natuurlijk weer bij de gastgezinnen.\

Dag 4:
De laatste dag verzamelde wij weer om 8.30 om vervolgens naar de supermarkt te vertrekken om inkopen te doen voor de terugreis. Wij vertrokken toen naar Hauptbahnhof om hier onze bagage weer in kluisjes te plaatsen. Toen kregen wij tot 12.00 uur vrije tijd en ik ben met Maud en Carli naar East Side Gallery vertrokken. Dit vond ik zeer indrukwekkend en ook eigenlijk iets wat voor volgend jaar standaard op het programma moet staan. Toen wij weer terug kwamen vertrokken wij met de trein weer richting Nederland na een geslaagde reis naar Berlijn.






donderdag 10 oktober 2013

De Asielzoeker - Arnon Grunberg

Recensie

'Wie je bent is onbelangrijk, het gaat erom wie of wat anderen denken dat je bent. Daarom heb je anderen ook nodig om er enigszins achter te komen wie of wat je bent.' Dat legde Arnon Grunberg in september 1997 uit. Net als in al zijn andere boeken, wordt ook in ‘de asielzoeker’  dit uitgangspunt als moraal van het verhaal gezien.  Eveneens  wordt ook dit boek de hemel in geprezen door de lezers. Zo wint de roman in 2004 de AKO-literatuurprijs en word het gerekend als een der belangrijkste romans uit de recente Nederlandse literatuur.

Met het schrijven van dit boek getuigd Arnon Grunberg zeker van groot schijftalent, maar om het een der belangrijkste romans uit de recente Nederlandse literatuur te rekenen vind ik wat overdreven. Om maar gelijk even de toon te zetten: de Asielzoeker is het meest grijze en pessimistische boek dat ik ooit heb gelezen. (voor een samenvatting van het verhaal;  http://educatie-en-school.infonu.nl/samenvattingen/17842-leesverslag-de-asielzoeker-arnon-grunberg.html )
Ik begon deze mening al gelijk te vormen in het begin van het boek. De lezer wordt meteen gewaarschuwd met de volgende woorden: 'Liefde is je reinste discipline, net als massamoord en fabrieksarbeid, zij is niet toegeven aan je emoties maar juist ertegen vechten.' Hier wordt liefde dus eigenlijk vergeleken met erbarmelijke dingen als massamoord, en totaal niet in verband gebracht met het mooie gevoel en de fijne gedachtes dat liefde kan brengen.
Ook vind Beck, de hoofdpersoon van het verhaal, dat het leven niks te bieden heeft en hij gelooft niet in geluk en hoop.
Door deze pessimistische en sombere aspecten is het niet echt fijn boek om te lezen. Het is niet prettig om jezelf te verplaatsten in de situatie, zeker niet als je gevoelig bent voor nare sfeertjes. Ik persoonlijk hield geen fijn gevoel over na het lezen.
In tegenstelling tot Grunbergs andere boeken is er in de asielzoeker weinig sprake van humor. Pas aan het einde van het boek komt dit om de hoek kijken, maar dan heb je al 300 bladzijdes met somberheid achter de kiezen.
De structuur van het boek is merendeels chronologisch, met veel flashbacks en dialogen. De dialogen die Beck met zichzelf voert,  zijn vaak langdradig en dit kan soms een beetje saai worden. Dit zorgt ervoor dat het leesproces enigszins vertraagd wordt.  

Desondanks het pessimisme en de somberheid boeit het boek toch, door de meeslepende manier waarop het geschreven is. Alhoewel het boek dus niet echt inspirerende visies heeft, en je er zeker geen positief gevoel aan overhoud, vind ik toch dat je het boek moet hebben gelezen. Het is een apart boek, en ondanks alle de somberheid en het pessimisme is het boek zeker de moeite waard!


vrijdag 7 juni 2013

De Engelenmaker - Stefan Brijs

Vraag 1:
  1. Victor wordt eigenlijk als heel apart en raar gezien. Door zijn hazenlip kan hij moeilijker praten en vinden mensen hem erg lelijk.
  2. Het Syndroom van Asperge is vorm van autisme. Er is bij dit syndroom echter geen achterstand bij de taalontwikkeling. De hoofdpersoon, Victor Hoppe, heeft het Syndroom van Asperge en dat is vooral te zien aan de manier waarop hij contact legt met zijn omgeving. Hij is verhuisd naar een dorp waar iedereen elkaar kent en hij past eigenlijk niet zo goed in die omgeving. Victor is geen deel van de buurt en het onderscheid tussen hem en de andere bewoners is heel groot. Je kunt merken dat Victor het Syndroom van Asperge heeft door aan zijn snelle taalontwikkeling en het feit dat hij heel slim is en dat hij alles onthoudt.
38: Victor vraagt aan Charlotte Maenhout of zij op zijn kinderen wil passen, maar hij heeft helemaal niet door dat zij dit niet zo ziet zitten. Hij kan niet van haar gezicht aflezen hoe ze er werkelijk over denkt.
114: Aan het begin van het boek wordt Victor beschreven als een gesloten persoon die niet veel van anderen hoeft te weten. Dat wordt duidelijk gemaakt op het moment dat hij Charlotte niet groet wanneer zij aan komt lopen.
163-164: Victor gaat chaotisch en amateuristisch te werk. Het is onmogelijk om samenhang tussen zijn experimenten en formules te vinden. De structuur zit in Victor zijn hoofd. Woorden zijn slechts sleutels die deuren openen waarachter zich een stroom van informatie bevind.
183: Victor is zeer afstandelijk. Hij vermijdt oogcontact met anderen en laat niets van zichzelf doorschemeren aan zijn medemens.
121: Victor toont bijna nooit emoties en laat zich amper horen. Als iemand een gesprek met hem probeerde te voeren, reageerde hij meestal niet eens.
238: Victor kon uren achter elkaar met een zelfde experiment bezig zijn, zonder dat er ongeduld of ergernis ontstond. Hij was een van de begaafdste studenten ooit. Deze begaafdheid slaat niet op zijn communicatieve vaardigheden, maar op zijn intellectuele vaardigheden. Hij had ook geen contact met andere studenten en werd gezien al een “einzelgänger”.
243-244: Victor hield ervan als hij wist waar hij aan toe was. Vandaar dat hij aandacht besteedde aan strikte regels en tijdsindelingen. Een lesmethode die gebaseerd was op de abstracte vakken paste perfect bij het brein van Victor.
282-283: Het stoorde Victor niet als hij nageroepen werd. Er werden dingen gezegd Omdat hij nergens op inging werd het pesten nooit erg. Hij had een onopvallend bestaan in de klas.

Vraag 2:

A. Victor snapt niet wat goed en kwaad is. Hij kloont wezens waar veel mensen morele bezwaren tegen hebben omdat deze wezens moeite hebben met leven. Victor heeft niet door dat zijn medemens tegen zijn acties is. Daarnaast doet Victor altijd waar hij zelf zin in heeft zonder erbij na te denken wat andere mensen daarvan vinden. Hij wilt daarbij niet dat mensen hem in de weg lopen en werkt volgens zijn eigen wijze. Dat hij de teelballen van een pas gestorven man had afgesneden doet hem ook vrij weinig en hij snapt niet dat de familie van de overledene hier problemen mee zou kunnen hebben.

B. Zr. Marthe past op de kinderen van Victor waardoor Victor tijd heeft om zijn gang te gaan. Zr. Marthe heeft geen invloed op het gedrag van Victor aangezien Victor weinig inlevingsvermogen heeft.

Vraag 3:

A. Omdat iedereen altijd gestraft werd door God. God veroorzaakte natuurrampen en de verwoesting van steden. Hij doodde en strafte de mensen. Victor werd het volgende verteld door een aantal broeders: “God geeft, God neemt.” Victor vond dat onzin en was het hier niet mee eens. God gaf inderdaad, maar voor alles wat God gaf, nam Hij eens zoveel terug.

B. De broeders verzwakte het onderscheidingsvermogen van goed en kwaad. Victor heeft het Syndroom van Asperge en kan daarom alleen de kleuren zwart en wit zien. Hij kan de grijze kleur niet zien. Viktor zag daarom ook alleen de kant van God die strafte.

Vraag 4:

A. Op bladzijde 236 van het boek gebruikt zijn vader hem als een soort trots. Hij laat Viktor stukken van de Bijbel uit z’n hoofd leren om die vervolgens aan de pastoor te laten horen. Viktor kan heel goed hele stukken tekst uit zijn hoofd leren, maar interpreteert deze niet altijd even goed.
Op bladzijde 250 ontdekte Viktor dat Jezus een goed persoon was en nooit andere strafte, in tegenstelling tot God. Jezus vroeg ook om echter vergiffenis aan z’n vader, God, maar die r strafte hem juist. Viktor denkt dat God hem ook heeft gestaft door hem een hazenlip te geven bij de geboorte.
Op bladzijdes 284 tot 285 vind Viktor rust in zijn geloof, zijn visie hierop is nu definitief; God deed kwaad en Jezus deed goed.

B. Gunter Weber is de vader van Isaak. Gunter Weber was een dove jongen, en toen hij werd aangereden door een lijnbus ging Viktor naar de dode jongen toe en stal zijn teelballen. Dus de zaadcellen van Gunter werden gebruikt om de moeder van Isaak te bevruchten, dus hij is de vader.

Vraag 5:

A.Victor Hoppe heeft jaren doorgebracht in een gesticht voor ‘debielen’, de enige persoon die geloofde dat hij geen debiel is, is Zuster Marthe. Na een aantal jaar haalt zijn vader hem eindelijk uit het gesticht. Victor Hoppe geloofd dat mensen slecht of goed zijn, er is geen midden weg. Victor blijkt een genie te zijn en studeert in embryologie. Hij verbaast de wetenschap door muizen te produceren die uitsluitend manneljike of vrouwelijke ouders hadden. Hij kreeg een baan op de universiteit in Aken en kreeg hier geld om de muizen te klonen. Later werd het project stop gezet en werd hij ontslagen. Hij ging hierna zelf verder en slaagde er uiteindelijk in om zichzelf te klonen. Hier loog hij de draagmoeder voor, die hij een kind van zichzelf had beloofd. Rex Cremer, stafarts van de universiteit, weet als enige wat er werkelijk gaande is. Nadat de baby’s ter wereld waren gekomen, had Dokter Hoppe ze zelf meegenomen. Uiteindelijk komt Rex opnieuw in aanraking met de Hoppe. Hij ontmoet ook zijn kinderen en Hoppe vertelt hem dat er iets mis is met de kinderen. Ze worden veel te snel oud, elk levens jaar telt voor 10 of 15 jaar bij hun. Dit komt door een fout in hun chromosomen. De draagmoeder komt naar een tijdje terug, ze heeft spijt van haar beslissing niet voor de kinderen te zorgen. Zodra ze aankomt, is er al één kind dood, want Hoppe geeft de kinderen geen eten en aandacht meer, het klonen was tenslotte toch mislukt en hij hield zich alweer met andere dingen bezig.

B. Hij reageert er vrij nuchter, nonchalant en gemakkelijk op. Hij zegt bijvoorbeeld: ‘Maar er is niets verloren. Het was een mutatie. Niet meer dan dat. Nu weet ik het, kan ik er bij de selectie van de embryo’s op letten.’ Er wordt ook verteld dat hij de kinderen op een wetenschappelijke manier benaderde. Hij vergeleek ze ook nog steeds met muizen. ‘Ze leken zo op elkaar dat hij ze had moeten merken. Zoals bij muizen, had hij eraan toegevoegd, zonder ook maar een greintje schroom of ironie in zijn stem, alsof het een doodnormale manier van doen was geweest.’ Over het algemeen vind ik dat hij niet praat met emoties en verdriet om het overlijden van de kinderen, maar ze heel erg als objecten ziet. Het syndroom van Asperger verklaart dit denk ik voor een groot deel.

Keuzevraag 1:
A. Een “Gothic Novel” is een is literaire genre dat mysterie, roman en horror vermengt. Je kan verschillende kenmerken van een Gothic Novel herkennen in het de engelenmaker. Zo is het mysterie in dit verhaal is vooral te vinden in Victor Hoppe. Hij is een mysterieus figuur dat plotseling opduikt in een vertrouwd dorp. Dit wekt vragen op bij de burgers. Iedereen praat over hem en iedereen ziet hem als anders en als mysterieus. Ook zijn kinderen zijn vreemde mysterieuze figuren. Later in het boek ontdek je dat Victor Hoppe deze kinderen zelf gemaakt heeft. Dit is het horror deel van het boek. Op het einde van het boek wordt het duidelijk dat ook Victor Hoppe zelf een gekloond persoon is. Er is eindelijk een verklaring voor de aparte figuren. Het horror gedeelte van dit verhaal is hoe het klonen er aan toe gaat in de praktijk, dit wordt vaak ook heel uitgebreid en ranzig beschreven.

B. De Engelenmaker is zeker te beschouwen als een eigentijdse gothic novel omdat het verhaal zich afspeelt rond het tijdperk waar wij in leven. In dit dorp staat God heel centraal en het geloof is heel belangrijk voor de mensen, dat is wel minder in de maatschappij waarin wij nu leven. Wij willen ook steeds meer, net als Viktor Hoppe, we willen alles controleren. Hierdoor wordt de natuur verwoest en worden machtige mensen steeds machtiger.

Keuzevraag 2:
A. 4 mogelijke titels zijn:
-          De kloner
-          De verschrikkelijke dokter
-          Een beetje getikt
-          Autisme en doktoren zijn geen goede combinatie

B.
De kloner: “De kloner” is naar onze mening de best passende titel van het boek, omdat de hoofdpersoon in het boek, Viktor Hoppe, mensen kloont. De gekloonde creaties van Victor spelen een grote rol in het verhaal en de kloner refereert dan ook naar Victor.

De verschrikkelijke dokter: De dokter die mensen kloont, is niet zo een vriendelijke man.
Victor Hoppe is een dokter die mensen kloont. Hij houdt geen rekening met anderen en doet waar hij zelf zin in heeft. “De verschrikkelijke dokter” refereert dus naar dokter Viktor, die daadwerkelijk verschrikkelijk is.

Een beetje getikt: Victor Hoppe is een beetje getikt, want hij kloont mensen zonder geweten en doet het omdat zijn eigen jeugd niet leuk was. Onschuldige mensen zijn dus slachtoffer van Victor’s vreselijke jeugd. “Een beetje getikt” refereert naar de getikte jeugd van Victor en naar Victor’s personage zelf.

Autisme en doktoren zijn geen goede combinatie: Victor Hoppe is autistisch en daarom is het moeilijk voor hem om rekening te houden met andere mensen. Klonen is voor veel mensen ethisch gezien niet verantwoord, maar dat maakt Victor niks uit. Autisme en doktoren zijn dus geen goede combinatie, omdat je als autist geen rekening met anderen kunt houden en je dat eigenlijk wel hoort te zijn als dokter. De titel sluit dus goed aan bij het verhaal.



Keuzevraag 3:
A.                  
Gedicht 1:
Een gekloond persoon telt voor twee.

Eén persoon
met één gedachten,
kan twee zijn
na een tijdje wachten.

Eén persoon
Twee gedaantes
Een kloon
Twee gedaantes
Eén persoon

Wetenschap en de techniek,
laten de mens niet meer uniek.

- Marilène B.

Gedicht 2:
I cloned myself on Friday night.
By Saturday at three
my clone had made another clone.
They both looked just like me.

They walked like me and talked like me.
They acted like me too.
They wore my clothes and used my stuff
and did the things I do.

But worst of all they made more clones
who then made even more,
and soon my house was overrun
and I was getting sore.

They wouldn't do my homework,
clean my room, or make my bed.
They wouldn't wash the dishes,
or do anything I said.
Instead they sat and watched TV
and played computer games.
They ate up all my favorite snacks
and called each other names.

And now they like to stay up late
and keep me wide awake.
My life is wrecked, but still I hope
you'll learn from my mistake.

Don't ever try to clone yourself.
But, if you ever do,
you'd better hope your clones are not
exactly just like you.
--Kenn Nesbitt

B. In gedicht 1 wordt er beweerd dat als je gekloond bent, je niet meer uniek bent als persoon. Dat is natuurlijk ook zo. Er is immers nog een versie van een persoon. Er wordt ook gesproken over de techniek die de mens steeds minder uniek maakt. Dat komt doordat mensen elkaar steeds meer gaan nadoen doordat er meer mogelijkheden zijn om dat te doen. De schrijver wilt duidelijk maken dat het toch belangrijk is om jezelf te zijn en uniek te blijven, want de wereld is alleen maar saai als iedereen hetzelfde is.
Gedicht 2 gaat ook over klonen. Een persoon maakt een kloon van zichzelf en achteraf gaan er allemaal dingen fout. Het klonen heeft nare gevolgen en de persoon komt erachter dat het klonen helemaal geen goed idee was. Hiermee wilt de schrijver verduidelijken dat je niet moet proberen iemand anders na te doen en gewoon lekker jezelf moet blijven. Als iedereen hetzelfde is, is het leven ook niet leuk.

C. Beiden gedichten gaan over klonen, wat overigens ook het onderwerp van het boek is. In het eerste gedicht komt de techniek en wetenschap ter sprake. Deze onderwerpen hebben ook te maken met het boek, omdat zonder klonen niet zou bestaan zonder techniek en wetenschap. Ook de nadelen van klonen komen naar voren: Men is niet meer uniek, klonen leveren uiteindelijk alleen maar problemen op en er kunnen veel dingen fout gaan tijdens het klonen van mensen. In het boek was het klonen ook fout gegaan. Tot slot wordt er in beide gedichten gesproken over dezelfde gedachten en andere gelijkenissen tussen de kloon en de gekloonde. In het verhaal wordt ook veel aandacht besteed aan de gelijkenissen tussen de klonen en de gekloonde.

Recensie
De recensente, Clara Strijbosch, vindt het boek “De Engelenmaker” een goed boek. Ze vindt het goed geschreven en vindt dat de auteur het grote en kleine in het boek beheerst. De stijl van schrijven vindt Clara Stijbosch erg realistisch en overtuigend. Ze noemt de schrijfstijl zelfs het magisch realisme. Ook is ze van mening dat alles uiteindelijk mooi in elkaar grijpt.  Het standpunt dat alles in elkaar grijpt wordt ondersteund met het argument dat ze vindt dat alles aan het einde duidelijk wordt. Ze vindt het boek zo realistisch geschreven door Stefan Brijs omdat hij het onwaarschijnlijke zo goed geloofwaardig kan maken. Alle perspectieven van de personages in het boek zijn overtuigend en goed uitgewerkt en hebben hun eigen toon en stijl. Mede door dit is het boek ook zo geloofwaardig en realistisch. Mijn mening over dit boek komt aardig overeen met de menig van Clara Strijbosch. Ik vond dat Stefan Brijs het verhaal erg realistisch geschreven had, maar soms vond ik sommige situaties nog erg onwaarschijnlijk. Ookal was zijn schrijfstijl erg realistisch, had ik het wel moeilijk om me goed in te leven in sommige situaties door de onwaarschijnlijkheid ervan. Maar ik stoorde me hier niet heel erg aan en kon nog wel gewoon van het boek genieten en me inleven.

vrijdag 8 maart 2013

De Goeroe in de Guaveboom - Kiran Desai

Ik heb het boek: de Goeroe in de Guaveboom van Kiran Desai gekozen omdat het mij interessant leek om een boek te lezen geschreven bij een Indiase schrijfster. In vond de kaft van het boek er ook erg vrolijk en mooi uitzien en het verhaaltje op de achterkant van het boek sprak mij ook erg aan.

Samenvatting:
Sampath Chawla is een dromer en kan niet goed omgaan met alle verplichtingen in zijn vrij normale leventje in het Indiase dorpje Shahkot. Het wordt al snel duidelijk dat hij niet goed kan omgaan met de al zijn verplichtingen en hij vlucht een Guaveboom in, hier voelt hij zich direct thuis. Zijn actie trekt veel aandacht van de bewoners van Shakoth want het lijkt alsof, de eerst zo rare Sampath, beschikt over spirituele wijsheden en gafes. Hij wordt al gauw beschouwd als de goeroe in de Guaveboom, terwijl hij al die wijsheden enkel weet doordat hij in het postkantoor altijd de brieven van de inwoners las (maar dit weet niemand). Maar dit alles wordt verstoord door een stel dronken apen die het hele stadje op zijn kop zetten.

Thema:
Het belangrijkste thema van dit boek is wat mij betreft geluk, in al zijn vormen. Het thema is niet heel erg duidelijk uit het verhaal op te maken aangezien er niet vaak over gesproken wordt en het thema niet vaak wordt aangekaard in de loop van het verhaal. Toch, na het boek volledig te hebben gelezen, wordt het duidelijk dat het boek vooral draait om wat mensen gelukkig maakt in het leven. Bij Sampath is dit het opgaan in zijn gedachtes en de dingen om zich heen, zijn zusje wordt simpelweg gelukkig wordt van er goed uit zien en zijn moeder wordt zielsgelukkig van het bereiden van eten.
Vooral bij de moeder van Sampath wordt haar geluksgevoel duidelijk geïllustreerd tijdens het verhaal. Toen ze nog in Shakoth woonde was ze vaak ongelukkig en werd ze, net als Sampath, als raar en krankzinnig beschouwd. Maar toen ze samen met de familie Sampath achterna waren gegaan naar de guaveboom kon haar geluk niet meer op; hier kon ze allemaal nieuwe ingrediënten uitproberen en in de openlucht koken.
‘’Ze kookte buiten in de zon, onder de immense hemel. Overal om haar heen zag ze een landschap dat we volkomen begreep, dat ze doorgronde zonder erover na te hoeven denken.
Ze voelde zich voldaan, en daar was ze heel stellig in, voldaan, vervuld van een magisch geluksgevoel’’ p.77
Een andere mooie geluksomschrijving in het boek is het moment dat Sampath voor het eerst in de guaveboom zit en geniet van alles om hem heen. Dit is ook wat Sampath graag doet en wat hem gelukkig maakt.
‘’Om lekker zo te liggen en alles over deze boomgaard te weten te komen: het minioscule insect te leren kennen dat voorbij kroop, de geur van het de volle aarde van het gras. En dan, als de midagen kort en mistig werden en het fruit groengeel en rijp, zou hij een guave plukken… Hij zou hem tegen zijn wang leggen en hem tussen zijn handen heen en weer rollen om de rimpelige huid voelen. Ja, eindelijk was hij om de juiste plek.’’ P. 15
Zoals deze citaten zitten er nog duizenden in het boek. De geluksgevoelens van de verschillende personages in het boek zijn helemaal perfect omschreven, zodat je er zelf bijna ook gelukkig door wordt.

Het karakter van Sampath:
Sampath wordt geboren tijdens de eerste moesson na een hele lange droogte en hij wordt dus gezien als iemand die het waarschijnlijk nog ver gaat schoppen in zijn leven. Maar het tegendeel blijkt waar te zijn; hij heeft geen verantwoordelijkheidsgevoel, voelt zich niet begrepen en kan zich niet vinden in het materialistische wereldje. Zelfs het werk op een postkantoor is te hoog voor hem gegrepen, wat tot frustratie lijdt bij zijn zeer ambitieuze vader.
Hij kan zich ergeren, maar ook bewonderen voor de kleinste dingen. Hij is een echte dromer maar kan ook verstrikt raken in zijn eigen gedachtes en ziet dan vaak geen uitweg meer voor zijn problemen. Hierdoor begrijp ik zijn gedachtengangen vaak wel en begrijp ik ook waarom hij in een guaveboom is gaan zitten.
In sommige opzichten lijk ik wel een beetje op Sampath, ik kan net als hij ook heel lang niks doen en helemaal opgaan in een klein dingetje. Er wordt  vaak van mij gezegd dat ik een dromer ben en ik weet ook van mezelf dat ik soms niet helder meer kan na denken omdat ik mijn gedachtes niet meer bijbenen kan. Alleen een groot verschil tussen mij en Sampath is dat Sampath niks wil bereiken in zijn leven terwijl ik juist de hele wereld wil zien en iets wil betekenen voor mensen.

Het taalgebruik:
Kiran Desai beschrijft alles in het verhaal erg gedetailleerd op een manier die erg voor je verbeelding spreekt. Kiran Desai bekijkt dingen vanuit hele leuke, interesante maar vooral grappige ooghoeken. Bijvoorbeeld Sampaths ergernis tegenover het gesnurk van zijn familie:’’ Luidruchtig op zichzelf gericht werkten ze zich met veel misbaar door hun dromen heen, de hinderlijke aspecten van alle afzonderlijke geluiden voegde zich bij elkaar en drukte op Sampath als een molensteen. Het was afschuwelijk niet te kunnen slapen terwijl andere mensen boven zijn hoofd heen en weer vlogen, met de wereld in hun zak.’’ p. 19
Het verhaal is geschreven uit verschillende personages in  de verleden tijd, soms lees je mee met de gedachtes van Pinky (Sampaths zusje) en het andere moment met die van een apenvanger. Dit houd het verhaal afwisselend en dus leuker.

Stemming tijdens het lezen:
Omdat alles zo mooi en apart beschreven is, ook de gelukzaligheden, werd ik tijdens het lezen echt een beetje gelukkig. Ook heb ik vaak hardop gelachen omdat het verhaal met veel humor is geschreven. Het onderwerp van het boek is niet zwaar dus ik las er makkelijk doorheen, wat ook wel weer eens prettig is. Mede doordat er niet echt een diepliggende boodschap of gedachte achter het verhaal ligt was het erg luchtig om te lezen en was het goede amusement.  

De boodschap:
Door het lezen van dit boek ben ik ook meer te weten gekomen over het dagelijks leven in India maar zoals ik net al zei zat er niet echt een duidelijke boodschap in het verhaal, wat ik opzich ook juist wel weer een boodschap vind; Niet alles hoeft leerzaam of van morele waarde zijn.
Toch heb ik wel wat geleerd van het boek. Het is me namelijk duidelijk geworden dat je moet doen wat je gelukkig maakt op de wereld, en dat dat voor iedereen anders is. Waarom zou je je hele leven in een donker postkantoor doorbrengen als je ook je geluk achterna kan gaan? Je hebt je leven zelf in de hand!

Verschil met DKVD:
Het verschil tussen De goeroe in de guave boom en de Donkere kamer van Damokles is aanzienbaar groot. Hoe uitgedacht en vol diepliggende boodschappen het ene boek is, hoe simpel en direct het andere. Een ander groot verschil is dat de Donkere kamer van Damokles een zwaar onderwerp heeft en de Goeroe in de guaveboom juist heel luchtig is.
Toch hebben de twee boeken een ding gemeen; beide hoofdpersonages hebben een identieits crisis. Allebbij zijn ze op een zoektocht naar zichzelf.
Kiran Desai zoekt in haar boek meer naar mooie beschrijvingen van subtiele dingen terwijl WF Hermans meer  meer bezig is met het spelen met de gedachtes van de lezer.

Naar welk van de twee boeken, na het lezen van mijn blogberichten, zou jou voorkeur uitgaan? En waarom? Laat gerust je mening achter!


vrijdag 4 januari 2013

De donkere kamer van Damokles - Willem Frederik Hermans


Mijn eerste indruk (voor  het lezen)
Gisteren hebben we met Nederlands het boek ''De donkere kamer van Damokles''' gekregen. Op het eerste gezicht zag het boek er leuk uit, we konden kiezen uit een rode versie van de scholieren uitgave of de groene. Ik koos de groene versie omdat die simpelweg het dichts bij lag.
Ik had al wel eens van de naam gehoord, ook van de schrijver, maar ik schaam me toch dat ik zo weinig over deze man (blijkbaar een erg grootse schrijver) weet, Willem Frederik Hermans. Het enige wat ik eigenljik over dit boek weet is dat het een spannende thriller is die zich afspeeld tijdens de Tweede Wereld Oorlog.
Ik ben erg benieuwd naar het verhaal, en ook naar de schrijfwijze van W.F Hermans, omdat ik nog nooit werk van hem gelezen heb.

Mijn eerste indruk (na het lezen)
Elke avond voor het slapen gaan heb ik dit boek gelezen en ik heb het eindelijk uit.
Het einde vond ik erg teleurstellend, ik had zelfs het gevoel dat de schrijver gewoon geen zin meer had om verder te schrijven. Alsof hij zich zelf zo erg in de moeilijkheid had geschreven dat hij zelf ook geen uitweg of oplossing meer wist. Ik had gehoopt dat Dorbeck zou worden gevonden en dat Ossewoudt naar zijn vriendin in Jeruzalem kon gaan.
De rest van het boek vond ik wel erg boeiend, al is het me nog niet helemaal duidelijk wat er allemaal precies aan de hand was. Ik ga er dus nog even goed over na denken en misschien nog wat stukjes herlezen op meer duidelijkheid te krijgen. U zult van mij horen......


Willem Frederik Hermans (1921 - 1995)

W.F. Hermans wordt beschouwd als de belangrijkste Nederlandstalige schrijver van de 20ste eeuw, zijn werk geeft tot op de dag van vandaag aanleiding tot discussie en dwingt de nieuwe generatie lezers en auteurs steeds weer tot standpuntbepaling.  Hij stamde uit een Amsterdams onderwijzersgezin; de zelfmoord van zijn zuster en een neef bij de inval van de Duitsers in mei 1940 betekende een schok voor hem en verliet in 1973 enigszins verbitterd Nederland en vestigde zich als schrijver in Parijs. Een jaar hiervoor Weigerde hij de P.C. Hooftprijs maar vier jaar later accepteerde hij toch de Prijs der Nederlandse Letteren. Anti-katholieke en cynische uitspraken van de hoofdpersonen zorgde er soms voor dat W.F. Hermans niet altijd even geliefd was. Ook de reis naar Zuid-Afrika die hij in 1982 op uitnodiging van zijn uitgever aldaar, Human en Rousseau, ondernam, kwam hem in Nederland te staan op veel commotie in de media en een officiële boycot, afgekondigd in 1986, van de stad Amsterdam. Op 5 december 1988 was hij zelfs het slachtoffer van een aanslag door een paranoïde persoon, die nog minder dan de     stad de literatuur en de werkelijkheid uit elkaar kon houden.

Hermans kan niet bij een na-oorlogse stroming ingedeeld worden. Zijn thematiek evenwel, waarin het waarheidsprobleem centraal staat, sluit aan bij die van de romantiek als literaire stroming. Hermans' personages zijn personificaties van aspecten van zijn wereldbeeld: zij zijn eenzamen die hun wereld voortdurend verkeerd interpreteren, in het contact met andere interpretaties niets zinvols kunnen doen, overgeleverd zijn aan moedwil (het bedrog van de anderen), misverstand en toeval; zij mislukken, gaan ten onder aan de discrepantie tussen de wereld en hun voorstellingen daarvan. In deze wereld, waarin tenslotte de natuurkrachten (machtsdrift, agressiviteit) het winnen, is geen plaats voor begrippen als vrijheid en verantwoordelijkheid, noch voor ethisch idealisme: in de jungle van het menselijk bestaan is een offer voor de goede zaak zinloos.
Willem Frederik Hermans was een  verwoed fotograaf. Daarvan getuigen o.a. zijn twee fotoboeken en  Zijn archief bevat bijna 10.000 nauwkeurig door hem gecatalogiseerde dia's. http://www.willemfrederikhermans.nl/fotos/  http://www.willemfrederikhermans.nl/biografie.php http://www.willemfrederikhermans.nl/

Mijn eigen fotosessie















Deze foto's hebben temaken met een van de thema's , namelijk illusie en werkelijkheid, en sluiten goed aan met dit boek. In DDKVD is een belangrijk onderwerp het ontwikkelen van foto's, waar Osewoudt zich vaak me bezig houd als hij negatieven van Dorbeck ontvangt. Voor mijn foto sessie heb ik een foto van mijzelf gemaakt in een spiegel met mijn polaroid camera (die ik onlangs voor mijn verjaardag heb gekregen). In deze sessie met foto's kunt u de ontwikkeling van de polaroid waarnemen (waar ik de ontwikkeling van Osewoudt mee bedoel) maar hier zit een diepere betekenis achter. Deze foto's zijn namelijk de grens tussen waan en werkelijkgheid,  de kleuren van de polaroid maar ook  de vreemde vlekken die hij achter laat zijn niet hoe het er werkelijk uitzag. Het moment dat de foto gemaakt werd was werkelijkheid die werd omgezet in gefotografeerde werkelijkheid maar deze werkelijkheid wordt langzaam waan.
Met deze sessie wou ik natuurlijk ook het moment benadrukken wanneer Osewoudt samen met Dorbeck een foto maakte in de spiegel, die later van groot belang wordt, maar mislukt (daar slaat de laatse foto van de sessie met de lege polaroid op)



Naschrift (1971) pagina 319 van De donkere kamer van Damokles

‘Ik kan hem zoeken als hij er niet is, maar hem niet ophangen als hij er niet is. Men zou willen zeggen: ‘’Dan moet hij er toch zijn als ik hem zoek.’’ – Dan moet hij er ook zijn als ik hem niet vind, en ook als hij helemaal niet bestaat.’
Ludwig Wittgenstein
Het motto van Ludwig Wittgenstein past erg goed bij het boek en het thema van dit boek: Illusie en werkelijkheid.
In het laatste gedeelte van het boek moet Osewoudt  bewijzen dat hij niet schuldig is aan landverraad en daarvoor heeft hij Dorbeck nodig want Dorbeck weet alles. Maar de Engelse officiers hebben nog nooit van ene Dorbeck gehoord en iedereen die Dorbeck ooit gekend heeft leeft niet meer.  Om de eerste zin te verklaren: Osewoudt kan Dorbeck zoeken als hij er niet is maar omdat er geen bewijs is dat Dorbeck weldegelijk bestaat kan hij niet Dorbeck de schuld geven van alles.
Om de tweede regel de verklaren:  Je gaat niet iemand zoeken die niet bestaat,  dus Dorbeck moet bestaan hebben omdat Osewoudt hem zoekt. Maar dat betekend niet dat als Osewoudt Dorbeck niet vind dat hij dan niet bestaat, zelfs als hij helemaal niet bestaat.
Dit motto past dus goed bij het boek en het thema omdat  Ludwig Wittgensteins’ naschrift illusie en werkelijkheid wordt beschreven,  ik voel ook een vorm van hopeloosheid en wanhoop in de woorden van Wittgenstein, die erg overeenkomen met de wanhoop van Osewoudt tijdens zijn gevangenschap.





De Donkere kamer van Damokles – Het is een interessante naam voor een boek, waarvan ik op het begin geen idee had waar het vandaan kwam. Toen ik verder in het boek kwam begon ik de donkere ontwikkelkamers eraan de naam te linken en toen ik het boek uit had begon ik me sterk af te vragen wie die ‘Damokles’ nu eigenlijk was.  Na wat onderzoek gedaan te hebben kwam ik erachter dat er een Griekse mythe is over het ‘zwaard van Damokles’. In dit verhaal uit de oudheid is Damokles een bediende aan het hof van koning Dionysius. Hij is niet tevreden met zijn positie en wil koning zijn.  De koning laat Damokles voor een dag koning zijn, hij mag op de troon zitten en hij wordt behandeld als koning, maar tegelijkertijd wordt zijn overmoed gestraft doordat een zwaard met een paardenhaar de gehele tijd boven hem hangt.  Dit verhaal komt overeen met Osewoudt die de heldenplaats van Dorbeck in wilt nemen, een rol omdraaiing. Osewoudt, die met alles minder is dan Dorbeck, wilt te graag de hogere en betere plaats van Dorbeck te wisselen met zijn lagere plaats. Ik las dat er daarom de hele tijd verwezen wordt naar het bordje: ‘Verboden in te halen’.
De donkere kamer slaat dus waarschijnlijk op de donkere kamer waarin Osewoudt zijn foto moet ontwikkelen, maar niet alleen foto's maar ook negatieven, en waar deze kamer herhaaldelijk een belangrijke rol speelt. Van Hoek & Wingen (1974) stelt: ‘[Osewoudt] zit opgesloten in de donkere kamer van zijn persoonlijkheid. Ook de wereld, ondoorzichtig, onduidelijk en onkenbaar, is een donkere kamer.’ Dit vind ik ook een goede redenering, maar mijn eigen gedachten gaan toch eerder gewoon naar de donkere kamer waarin hij de foto’s ontwikkeld die hij in h et begin van het verhaal van Dorbeck krijgt en dus ook de mislukte foto tijdens zijn gevangenschap. Misschien is de donkere kamer een metafoor voor het zwaar dat boven Damokles zijn hoofd hangt.




Lofrede van De donkere kamer van Damokles van W.F. Hermans
De donkere kamer van Damokles was niet een van die boeken die ik ‘’in een zucht’’ heb uit gelezen. Het lijkt op het eerste gezicht wel een dun boekje, maar er zitten meer metaforen, grappige vergelijkingen en diepliggendere lagen in dan elk ander boek wat ik ooit gelezen heb. Ik zou eigenlijk willen zeggen dat ik het me aan een detective doet denken, maar daar doe ik het boek tekort mee, het zit veel vernuftiger in elkaar wat je op het eerste gezicht nog niet door hebt.
W.F. Hermans slaagt er wat mij betreft in om de personages zo te beschrijven dat het voelt alsof  je in de huid kruip van hen, en alles net zo intens mee maakt als zij dat doen. Tijdens het lezen voel je de wanhoop, trots en eenzaamheid van Osewoudt door de letters heen.
Eerst vond ik het einde erg teleurstellend, ik voelde me als het ware bedrogen door W.F. Hermans. Maar hier wil ik toch op terug komen, ik vind namelijk heel mooi hoe de mythe over damokles maar ook het begin verhaal over de schipbreuk op het eind duidelijk worden en het lot van Osewoudt bevestigen. Ik vind het een grappig idee dat W.F. Hermans eigenlijk op de eerste pagina van het verhaal het einde al verklapt, dit kan ik denk ik wel geniaal noemen.
Ik raad iedereen aan om dit boek te lezen, zonder twijfel, maar ik moet jullie wel alvast waarschuwen: 'Niets is wat het lijkt'  

De Slavenring - Simone van der Vlugt

24 augustus 79 n. Chr.
Niets kan eeuwig duren
Wanneer de zon ons al haar licht geschonken heeft
Verzinkt zij in de oceaan
Na de volle maan neemt Phoebe’s gestalte weer af
De krachtige wind wordt tot een lichte bries

Een gedicht van een onbekende dichter uit Pompeji, op bladzijde 190 van het boek
"de Slavenring" van Simone van der Vlugt. Een ijzersterk boek dat ik in een zucht heb uitgelezen.
Simone van der Vlugt ( http://www.simonevandervlugt.nl/informatie/biografie/ ) schrijft in het boek ‘De Slavenring’ over de slavernij tijdens de eerste eeuw na Christus . In het decor van het rijke Pompeji raken twee jonge slaven, met allebei een hele geschiedenis achter hun, op elkaar verliefd. . Zie ook : http://www.scholieren.com/boekverslagen/24987 .
Het is een verhaal over liefde, geloof en seksueel misbruik, maar vooral over vrijheid.


In de onderstaande link staan drie recensies van het boek. Ik vind dat de recensie “Levende talen” van Ruud Kraaijeveld het boek erg goed beschrijft. ‘’Het verhaal doet de lezer beseffen hoe belangrijk vrijheid is en wat voor innerlijke strijd Chloë en Folkrad moeten leveren’’. Ik ben het hiermee volkomen eens. Na het lezen van dit boek ben ik echt gaan beseffen hoe belangrijk dat is, en dat wij, ook al moeten wij verplicht naar school, erg blij moeten zijn met onze leefomstandigheden en vrijheid.

Het fijne van dit boek is dat je echt helemaal onder de huid van de personages kan kruipen. Daardoor heb ik soms wel uren achter elkaar kunnen doorlezen. Het personage waar ik het meest in gekropen ben is Folkrad, de hoofdpersoon. Het mooie aan Folkrad vind ik dat hij eerst heel erg afwijzend is tegenover de Romeinen maar later ook wel de goede kanten van de Romeinen inziet. Ik vind hem ook erg moedig en dapper, omdat hij twee keer een meisje heeft gered. Hij ook vaak denkt aan vluchten, ondanks de slavenring om zijn nek en alle de gevaren die het vluchten met zich meebrengt. Chloe is juist erg rustig en in zich zelf gekeerd. Ik heb veel bewondering voor Chloe, hoe sterk ze blijft ondanks alle narigheid die ze mee maakt.
Simone van der Vlugt beschrijft haar personages precies en erg geloofwaardig. Door deze manier van schrijven begin je bijna te geloven dat deze personages echt hebben bestaan en word je meegesleept in een ''echt'' verhaal.

Een van de mooiste thema’s uit het boek vind ik het geloof. De goden spelen een hele belangrijke rol in het leven van Folkrad en Chloe, alles wat erg gebeurt hebben de goden gewild. Het lijkt mij erg fijn om in zoiets groots te geloven.
''De slavenring''gaat echt ergens over, het is niet zomaar een verhaal. Je leert tijdens het lezen van een spannend en mooi verhaal ook belangrijke geschiedenislessen en levenslessen.

Toen ik een laatst een liedje op de radio hoorde moest ik gelijk denken aan dit boek, alles kwam in een flits weer terug. Het bleek het liedje ''fragile'' van Sting te zijn. Fragile betekend breekbaar en zo is het leven.... Ook 77 jaar na Christus.